Aanraking

IMG_1703
Maureen en Aileen. Foto: Paul Wenham-Clarke, Edinburgh, Scotland

‘De eenzaamheid is bijna hoorbaar, het eeuwig suizen van een ketel net onder het kookpunt’

Erwin Mortier in Gestameld liedboek, 2011, p.101

In de rusteloze inspanning om een virus in de samenleving te beteugelen wordt nu al maanden de fysieke aanraking van hen die het zo hard nodig hebben geofferd. Ouderen en chronisch lichamelijk en verstandelijk beperkten in verzorgings- en verpleeghuizen werden plots afgesloten van diegenen die hen uit verbintenis en liefde wilden aanraken, strelen, vasthouden en zoenen. Zij hadden veelal geen keus. Het offer moest gebracht worden. Uit solidariteit. Solidair naar wie? Naar andere kwetsbaren en ouderen? ‘Mijn enige misdaad voor deze gevangenis is dat ik oud ben,’ zei een 88-jarige vrouw. Konden geliefden elkaar thuis nog gewoon aanraken, voor geliefden waarvan er een in een verzorgingstehuis woont en de ander daarbuiten was dit niet meer toegestaan.

Er ontstond al snel een hongersnood. Huidhonger. Streelhonger. Zoenhonger. Door het gemis aan aanraking verhongerden velen. Hun weerstand daalde. Hun immuunsysteem faalde toenemend. In eenzaamheid en hopeloosheid verkommerden zij. Velen sloten zich af van hun gevoel en stierven in eenzaamheid. Hulpverleners met de beste bedoelingen waren slechts surrogaat voor de geliefden. Zij konden de liefdevolle aanraking van de echte verbintenissen niet vervangen. Echtparen die een leven lang hun liefde naar elkaar hadden kunnen uiten, elke dag weer, mochten dit ineens niet meer. De uitgeslotenen snapten het niet. Waarom waren zij verlaten? ‘Ik ben ineens zo alleen,’ riep een 90-jarige vrouw elk uur van de dag naar de verzorgers. Er gingen er stuk door eenzaamheid. Terwijl zij nog niet stuk hadden hoeven gaan. Was het middel erger dan de kwaal? In de MS-media en social media verschenen vele schrijnende verhalen.

Ik stelde in een radiouitzending dat ouderen in de verzorgingshuizen door het gebrek aan aanraking verkommerden. De versoepeling waarbij een familielid een uur per week op anderhalvemeter mocht komen is gelijk een hond een kluif voorhouden en deze weer snel weg trekken. Er mocht nog steeds niet aangeraakt worden. Liane de Haan van de ouderenbond ANBO zei in dezelfde uitzending dat ik het hier mis had. Er verkommerden en verpieterden volgens haar écht geen ouderen in de liefdevolle verzorgingshuizen. Zij zei zelfs dat demente bewoners er rustig van werden en dat daarom de ingestelde regel helemaal niet zoveel kwaad kon. Hadden dan alle wanhopige familieleden die mij de meest hartverscheurende berichten stuurden het mis? Logen zij? Waren de foto’s die zij van hun ouders stuurden gefotoshopt? En konden de ouderen en zij die afhankelijk zijn van toevallige aanraking gemakkelijk maanden lang zonder lichamelijk contact? Was de maandenlange sociale en fysieke isolatie helemaal niet zo erg? Was hetgeen ik in de vele, vele wetenschappelijke publicaties over isolatie, quarantaine, huidhonger, hand-vasthouden, las dan baarlijke onzin? Hadden de hulpverleners die mij schreven dat demente bejaarden rusteloos in de nacht dwaalden en riepen op zoek naar hun geliefden het zo mis?

Ik vind de regels om het virus te beteugelen in beginsel moreel juist. Ik laat slechts de vreselijke bijeffecten zien van deze noodzakelijke maatregelen in de hoop dat we ervan leren en het een volgende keer wellicht anders kunnen doen. Als een heilzaam medicament dat ernstige bijwerkingen heeft en waarbij wetenschappers op zoek gaan naar een medicament dat even goed helpt tegen de kwaal maar wat minder of mildere bijwerkingen heeft.

Als iemand een kat streelt gaat deze spinnen. En wij strelen onze honden en katten elke dag. Deze dieren komen erom vragen. Geliefden kunnen niet van elkaar af blijven. Ga nooit weg zonder zoen en kom niet thuis zonder een fysieke aanraking. In bed, in de nacht, elkaars hand vasthouden terwijl de regen tegen de ramen slaat. Als je verdrietig bent schuilen in de armen van hen die van jou houden.

Lichamelijke aanraking is werkelijk van levensbelang. Zonder regelmatige fysieke aanraking en sociaal contact kan een mens door eenzaamheid sterven. Dat we nu de fysieke aanraking tijdelijk moeten ontberen dient daarom zo kort als mogelijk te zijn. Zo snel als mogelijk en verantwoord moeten we terug naar de normale, warme omgang met elkaar. Daar zullen toch de meesten het met mij eens zijn.

Sommigen verwoorden naar mij de waarde van de aanraking zo mooi. Zoals Mirjam die mij dit bericht stuurde over het contact met haar dochter:

Wij hebben 28 jaar voor onze dochter gezorgd, 23 jaar thuis, zij was totaal verzorgingsafhankelijk. En wat deed het ons goed om met haar en elkaar te zijn. Te ademen in haar ritme, als een aanraking van twee zielen, stil te staan de tijd te nemen en onvoorwaardelijk liefdevol aan te raken. Aanraking was onze taal onze communicatie. Spiertonus, huidspanning voelen, strelen en vasthouden, masseren en samen op de bank in slaap vallen, zij op schoot en hoe groter haar scoliose hoe heftiger de epilepsie we hielden vast, zo mooi. En zij beloonde ons met bewustzijn in haar ogen, ogen als sterren en een prachtige glimlach. Wat mis ik haar soms. Zonder vast te houden, een troostende hand te voelen, bemoedigend aan te raken verliezen we onze menselijkheid. Dus ik geef een hand met respect voor de ander die nee mag zeggen, ik hou vast liefst 20 seconden zodat het gelukshormoon vrij kan komen. Ik ben blij met de uitwisseling van levensnoodzakelijke goede bacteriën en ik was mijn handen iets vaker. Mijn menselijkheid ga ik niet verliezen, ik doe normaal.

Jonge mensen met COVID-19

Schermafbeelding 2020-06-02 om 09.28.36

Ja maar er zijn ook veel jonge mensen met COVID-19 opgenomen en overleden’ is mij vaak verweten als ik stelde dat het met name oudere mensen waren die getroffen worden door het SARS-CoV-2 en COVID-19.

Hoe jong is dan jong?’ was mijn wedervraag.

Nou dertigers, gezond en sportief,’ werd dan gezegd.

Had ik het mis? Overdreven zij? Tijd om de stand van zaken per 1 juni op een rijtje te zetten.

Voor de argumentatie heb ik een ‘jong iemand’ gedefinieerd als jonger dan veertig jaar en een ‘oudere‘ als iemand die ouder is dan zeventig jaar. Daarmee zeg ik niet dat iemand van 40 of 60 jaar niet ‘jong’ is.

Ziekenhuisopnames (gegevens RIVM/CBS)

In totaal zijn tot 1 juni 2020  11.744 patiënten met COVID-19 of een verdenking daarop in Nederlandse ziekenhuizen opgenomen geweest.  Daarvan waren er 4126 (35,1%) ouder dan zeventig jaar en 608 patiënten (5,1%) jonger dan 40 jaar.

Er zijn in Nederland 5962 patienten aan COVID-19 overleden. Daarvan waren 4290 patienten ouder dan 70 jaar (72%) en 15 patiënten (0,2%) jonger dan 40 jaar. Er is één patiënt, jonger dan 20 jaar, in Nederland overleden aan COVID-19. Van de 5962 overledenen was 62% (n=3684) ouder dan 80 jaar en 18% (n = 1098) ouder dan 90 jaar. Het waren dus met name ouderen die zijn overleden aan de gevolgen van COVID-19.

Van alle in Nederlandse ziekenhuizen opgenomen patiënten had 70% bewezen een of meer onderliggende chronische ziekte(n), 10% had dit niet en van 20% was dit bij opname onbekend.

Opname op de intensive care (gegevens NICE)

Op de intensivecareafdelingen (IC) lagen de meest zieke COVID-19 patiënten.

Schermafbeelding 2020-06-02 om 06.35.25

In totaal zijn op Nederlandse IC’s tot 1 juni 2020 2887 patiënten met bewezen of daarop verdachte COVID-19 opgenomen. Daarvan zijn er 829 patiënten (28,7%) op de IC overleden. Van deze overledenen waren er 427 patiënten (51,5%) ouder dan 70 jaar en 10 patiënten (1,2%) jonger dan 40 jaar. Ongeveer zeventig procent van de patiënten met COVID-19 heeft de IC levend kunnen verlaten.

Analyse

In 2019 had Nederland 17.282.163 inwoners, waarvan 8.101.825 mensen jonger waren dan 40 jaar (46,8% van de gehele bevolking). Uit deze leeftijdscategorie zijn 608 mensen in het ziekenhuis opgenomen met COVID-19, dat is 0,007% van deze 8.101.825 Nederlanders. De vijftien patienten jonger dan 40 jaar die aan COVID-19 zijn overleden vertegenwoordigen 0,0001% van deze leeftijdscategorie.

De kans dat in Nederland iemand van 30 jaar komt te overlijden (aan wat voor oorzaak dan ook) is voor mannen 0,054% en voor vrouwen 0,034%. Op veertigjarige leeftijd is dat voor mannen 0,114% en voor vrouwen 0,090%.

Gelukkig zijn maar zeer weinig jongeren, in deze analyse gedefinieerd als jonger dan veertig jaar, zodanig getroffen door COVID-19 dat zij in een ziekenhuis moesten worden opgenomen of aan de gevolgen daarvan overleden zijn. Vrijwel allen overleefden de ziekte. En bleek de kans om aan COVID-19 komen te overlijden voor iemand die jonger is dan 40 jaar vele malen kleiner dan de kans om te komen overlijden aan een andere oorzaak.

Dit alles doet uiteraard niets af aan het lijden van alle individuele patiënten, waarvan gelukkig het grootste deel de ziekte heeft overleefd, maar waarvan velen nog een lang traject van revalidatie en herstel tegemoet moeten zien. Maar dit is iets dat verre van uniek is voor een ziekte als COVID-19.

Ook weten we niet hoeveel meer jongeren COVID-19 zouden hebben gekregen zonder de maatregelen, die kristallen bol hebben we niet, maar uit de statistieken van andere landen met hogere aantallen blijkt niet dat jonge mensen sterk getroffen zijn door besmetting met SARS-CoV-2 en COVID-19.

Geanticipeerde risico-nemingsschaamte

Schermafbeelding 2020-05-25 om 12.05.32

Anderhalve meter bij elkaar vandaan blijven is, tijdens de huidige coronacrisis, een tijdelijke abnormale regel die bedoeld is om overdracht van het virus te voorkomen en te beperken. Er is veel onduidelijkheid over of de regel nu wel of niet werkt voor iedereen. Is anderhalve meter wel genoeg? Of is een meter al genoeg? Of is zes meter nog niet genoeg? Heeft het alleen zin in slecht geventileerde ruimten waar veel mensen bij elkaar zijn? En heeft het geen zin om anderhalve afstand te nemen in de buitenlucht? Is het zinvol bij jonge mensen die geen contact hebben met oudere en  kwetsbare mensen? Er is heel veel onduidelijk en daarom is het wellicht verstandig om in deze tijd in alle omstandigheden deze anderhalve meter regel te volgen. En dat doen we met ons allen vanuit vanuit angst en solidariteit. Maar hoe lang gaan we dit volhouden? Krijgen we een samenleving waarin anderhalve meter afstand tot elkaar normaal is geworden? De incidentie van besmettingen, ziekenhuisopnames en overlijdens daalt de laatste weken gestaag. Wellicht doordat de meeste mensen zichzelf streng aan de opgelegde regels hielden. Maar zeker weten we dat niet. Er is groepsimmuniteit hetgeen wil zeggen dat mensen ondanks alle regels toch besmet zijn geweest zonder dat ze daar iets van gemerkt hebben. Maar er dreigt, zo zeggen de virologen in de mainstreammedia ons, een tweede golf van besmettingen en dus ziekenhuisopnames en overlijdens. Wat dan? Wéér een lockdown, en un strenger? De collectieve economische en psychologische schade aan de samenleving is al aanzienlijk en het is nu nog onvoorspelbaar hoe groot deze werkelijk zal zijn.

Deze onzekerheid genereert angst in de samenleving en doet mensen de onzichtbare risico’s mijden en er ontstaat als gevolg geanticipeerde risicomijding en weer als gevolg dáárvan geanticipeerde risiconemingsschaamte. Het genereert groepsdenken en geïnternaliseerde risicomijding. Het is allemaal razend ingewikkeld.

Leven met risico’s Risicoloos leven is onmogelijk, maar het is mensen eigen om dit risico zo veel mogelijk te beperken. We sluiten bijvoorbeeld verzekeringen af om de financiële risico’s van onvoorziene incidenten af te dekken. Zo is er, wanneer je deelneemt aan het verkeer een risico op het veroorzaken van een verkeersongeval. Dat is een dagelijks risico. Je kunt niet voorspellen of je betrokken raakt bij een ongeval. Om te voorkomen dat we door zoiets onvoorziens  financieel in de problemen komen sluiten we dus een verzekering af. Zo heeft vrijwel iedereen een ‘wettelijke aansprakelijkheidsverzekering’ afgesloten. Het risico dat je andere mensen schade kunt berokkenen is reëel aanwezig en om de financiële gevolgen van de schade te beperken sluiten we een verzekering af. Of je laat je testen op darmkanker. Je laat een MRI-scan maken terwijl je geen klachten hebt. Hierdoor kunnen we tot op zekere hoogte gewoon en in zekere mate onbekommerd leven in de wetenschap dat risico’s erbij horen maar dat we voor de gevolgen beschermd zijn. Het geeft een gevoel van veiligheid.

Het risico op het krijgen van een ziekte is voor mensen reëel. In bepaalde periodes van het leven lopen mensen meer risico’s op het krijgen van ziekten. Gevorderde leeftijd doet het risico op ziekten toenemen: het immuunsysteem gaat  toenemend falen. Dit is de reden dat veel ziekten pas optreden in de ouderdom. Een man van twintig krijgt niet de ziekten waar zeventigjarigen veelvuldig aan lijden. Dit heeft ook te maken met leefstijl. Een ongezonde leefstijl vergroot het risico op het krijgen van leefstijl gerelateerde ziekten zoals atherosclerose (met hartinfarcten en beroerten als gevolg), bepaalde vormen van kanker, diabetes mellitus type 2 en hypertensie. Ook op jonge leeftijd. Iemand die het risico op het krijgen van dit soort ziekten wil voorkomen of beperken kiest voor een bepaalde leefstijl, bijvoorbeeld veganisme of sporten. Anderen nemen geen maatregelen tot het voorkomen van leefstijlziekten en zien in de gezondheidszorg een garantie/verzekering tot oplossing van de gevolgen van het genomen risico. Een groot deel van de geneeskunde is gericht op het behandelen van de uitingen van chronische leefstijlziekten. “Krijg ik een hartinfarct, dan krijg ik een stent en pillen”. Velen zien dit als een verzekering voor de risico’s van de gekozen leefstijl.

Velen zullen redeneren dat leven zonder risico’s slechts een basaal biologisch bestaan is zonder de kersjes op de appelmoes. Bepaalde risico’s nemen en accepteren maakt het leven immers ook aangenaam. Volkomen risicoloos leven is dodelijk voor een aangenaam sociaal en cultureel leven. Wat is er immers lekkerder dan met je vrienden een dampende pizza te eten, ook al loop je daarbij, wanneer je dat heel vaak doet, het risico op bepaalde ziekten. Het roken van sigaretten geeft een fors risico op longkanker en vele andere ziekten, maar niet roken zal voor het individu gevolgen hebben voor diens welbevinden. Wat is het heerlijk om met de auto naar zuid Frankrijk te rijden terwijl we weten dat er het risico is op een auto-ongeval. Wat is het fijn om bergen te beklimmen terwijl we weten dat we daar af kunnen vallen. Mensen gaan intiem met dieren om, ook al weten ze dat een nare zoönose op de loer kan liggen. Wat is het fijn om naar de tropen te gaan terwijl we weten dat we het risico te nemen op nare infecties. Daar anticipeer je dan weer op met vaccinaties. Moet je iemand niet meer zoenen vanuit de vrees een koortslip of ziekte van Pfeiffer op te lopen? Alsjeblieft niet. Wat is het heerlijk om naar grote events en samenscholingen van mensen te gaan ook al weet je dat je het oplopen van een infectieziekte riskeert. Zeker als het risico na het oplopen van de infectie niet direct zal leiden tot een ernstige ziekte of dood.  Zo redeneren de meeste mensen al vele jaren tijdens de seizoensgriep. Deze griep is niet dodelijk voor mij, dus neem ik het risico op besmetting voor lief. Ik ga daar niet voor thuisblijven. Tijdens het heersen van de seizoensgriep houden heel weinig mensen rekening met het risico op de het krijgen ervan Als het gewoon griep is: nou dan zieken ze wel uit. Mensen nemen het risico omdat het vermijden ervan  grote gevolgen heeft voor aangenaam persoonlijk, sociaal en cultureel leven en geluk. Ténzij je tot een risicogroep behoort en  je wél dramatische gevolgen van de besmetting kunt oplopen en een risico op overlijden loopt. Dan moet je jezelf beschermen met als gevolg dat je je sociale en culturele leven daardoor beperkt.

Schermafbeelding 2020-05-25 om 12.11.56

Wat is geanticipeerde risicovermijding? Ikzelf leef mijn leven in een risicovolle wereld. Maar ik weet dat risicoloos leven saai en funest is voor mijn persoonlijke, sociale en culturele leven en geluk. Ik rijd dus redelijk onbekommerd in mijn auto over de snelwegen. Ik weet dat ik dan risico’s door eigen gedrag zo veel mogelijk vermijd door mij aan de snelheid en verkeersregels te houden, maar ik weet niet of anderen dat eveneens doen en mij niet in gevaar zullen brengen. Ik calculeer dit in omdat ik met mijn auto ergens heen wil gaan. Ik anticipeer daarop. Ook loop ik overal een risico op besmetting met bacteriën en virussen. Maar ik calculeer dat in als een normaal risico in mijn normale leven. Mensen hebben mij gevraagd of ik niet bang ben om met een virus besmet te raken. Ik ben dat nooit geweest, niet bij influenza maar ook niet bij corona. ‘Maar als je dan ziek wordt en doodgaat?’ vragen zij mij in verbijstering. ‘Dan is dat zo’, zeg ik dan nuchter. En ik meen dit echt. Ik anticipeer op de risico’s door deze in het redelijke te vermijden en te aanvaarden dat een risicoloos leven voor mij persoonlijk echt onleefbaar is en ook omdat het leven nu eenmaal eindig is. Ik wil op mijn sterfbed kunnen zeggen geleefd en beleefd te hebben, vele mooie herinneringen verzameld te hebben, intiem en oprecht met mooie mensen omgegaan te zijn . Dat is voor mij een goed leven. Na een goed leven komt een goed sterven. Goed in de zin van aanvaarding. Ik wil niet in angst mijn leven leven door totaal zonder risico’s te leven.

Wat is risiconemingsschaamte? Oké, je calculeert het risico voor jezelf in en leeft daarnaar. Maar er zijn ook nog andere mensen. Als je risicovol leeft loop je het risico jezelf maar ook anderen te schaden. Veel te hard in je auto rijden kan een gevaar voor jezelf én anderen betekenen. Zonder condoom seksueel contact hebben als je weet dat je een geslachtziekte hebt kan een gevaar voor anderen betekenen. Je niet aan de anderhalve-meter regel houden kan een gevaar voor anderen betekenen. Maar het is eveneens menselijk om die risico’s in realiteit af te wegen en je leven dan daarop in te richten. Ook in solidariteit tot anderen. Veel rokers nemen het risico op longkanker voor lief, maar gaan naar buiten om te roken.

Maar aan longkanker kleeft een stigma. Je had het immers kunnen voorkomen. Daar kan je je, onder de sociale veroordeling, voor gaan schamen. Dat is risico-nemingsschaamte. De roker kan zeggen dat hij zich schaamt het risico op longkanker niet te hebben vermeden. Ze vinden hem daarom onverantwoord. Anderen schamen zich voor hun overgewicht door de sociale veroordeling en fat-shaming.

Wat is geanticipeerde risico-nemingsschaamte? Iemand is van mening dat hij risico’s zo goed mogelijk weet te vermijden en leeft daarna zijn voor hem en anderen waardevolle sociale en culturele leven naar. Geanticipeerde risiconeming en risicovermijding. Iemand internaliseert dit in zichzelf. Hij weet dat de risico’s die hij neemt en vermijdt reëel zijn en dat het daarom is dat hij goed handelt. Voor zichzelf en anderen. Anders is het wanneer gevoeld wordt dat het risico voor overdracht van bijvoorbeeld het ongrijpbaar virus wanneer de persoonlijke gevolgen klein zijn. Dan voelt hij weerstand als het volgen van de risicovermijding grote gevolgen heeft voor zijn persoonlijke, sociale en culturele geluk. Dan ontstaat er een intern conflict. Ik heb diverse weldenkende mensen gesproken die, zij het beperkt, met persoonlijke contacten niet aan opgelegde social distancing houden. Wel in het publieke domein, maar niet onder vrienden. Samen met een vriend of vriendin in de auto zitten, hen thuis bezoeken, hen omhelzen, zoenen en daarbij geen anderhalve meter afstand houden. Wat sommigen dan te horen kregen van anderen: ‘Maar wat als je nu iemand (je moeder, vader, opa, oma, buurman, neef, nicht, bakker, etc) besmet en dat die doodgaat? Ben je dan tevreden?’ Je bedenkt je dan dat je daarvoor zou kunnen gaan schamen en dat je je daarvoor sociaal veroordeeld zal kunnen worden. Velen zullen zich daarom conformeren en tegen hun eigen oordeel en eigen risico inschatting in géén vrienden meer bezoeken zonder de anderhalve meter regels te volgen. Deze mogelijke schaamte doet mensen geanticipeerd risico’s mijden die voor hun gevoel niet reëel zijn. Dat is geanticipeerde risico-nemingsschaamte. Dit is voor veel mensen heel moeilijk. Ik worstel zelf ook met dit interne conflict. Ik zie de laatste maanden met enige regelmaat twee vrienden en een vriendin (niet gerelateerd) en dat brengt hen en mij veel geluk. Echter ik voel wel degelijk de maatschappelijke druk dat men oordeelt dat wij onverantwoord risico’s nemen terwijl wij zelf totaal niet daarvan overtuigd zijn. Ik worstel ermee omdat hetgeen wij doen volkomen normaal en wenselijk intermenselijk gedrag is. Ik schaam mij dan mogelijk voor mijn normale gedrag. Ik voel dan dat ik in het oordeel van anderen onveilig leef, asociaal ben en niet solidair, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Het is eigenlijk heel onnatuurlijk en niet gezond zo te denken.

Internaliseren van risicovermijding De angst om niet te besmetten en niet besmet te raken is in de coronacrisis in zowel de samenleving als in individuen sluipend maar snel geïnternaliseerd. Bijna iedereen voelt dit en handelt ernaar. Er bestaat nu ineens de angst voor ziekte en dood van onszelf en anderen en de drang dit koste wat het kost te voorkomen. Wat bij andere ziekten helemaal niet zo gevoeld wordt. Ik kan mij vanuit de moderne tijd niet een zodanige collectieve angst voor enige ziekte en dood herinneren.

Ook bij mijzelf voel ik deze (hopelijk tijdelijke) internalisering van risicovermijding. Ik houd afstand van mensen, ik geef geen handen meer, ik omhels en zoen geen mensen meer, met enkele uitzonderingen. Maar omdat afstand nemen tot mensen, geen handen geven, niet zoenen, niet omhelzen voor mij écht abnormaal gedrag is internaliseer ik deze risicovermijding als abnormaal en tijdelijk en daarom vergis ik mij, in mijn natuurlijke enthousiasme en oprechte gevoelens, af en toe. Soms, achteraf, tot mijn nieuw gevormde geïnternaliseerde schaamte, en sta ik ineens veel te dicht bij mensen, of geef ik anderen een hand, omhels ik hen of rijd ik met onbekenden in de auto mee. Door de opgelegde nieuwe geïnternaliseerde collectieve angst schrik ik daarvan, schaam ik mij en corrigeer ik snel mijn gedrag.  Ik schrik dan vervolgens weer van mijn nieuwe rare gedrag waarvan ik weet dat het voor mij écht abnormaal is. Het is heel complex en verwarrend.

Ik hoop oprecht dat ik weer zonder fysieke afstand en onbekommerd met anderen kan leven. En ik weer zelf mag bepalen welke risico’s ik neem of wil vermijden, óók voor en samen met anderen, en daardoor ik weer geluk kan ervaren in het door mij gekozen leven. Zonder schrik en schaamte voor het door mij en anderen zo gewenste en volkomen normale handelen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De waarde van een hand geven en de noodzaak van het vasthouden van een hand

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.11.47

Ik ben iemand die het liefst iedereen bij de begroeting en afscheid een hand schud. Ik doe dat zelfs als ik in een winkel iets koop. Dan geef ik de verkoper na betaling een hand. Velen zijn daardoor aangenaam verrast. Ik doe dat mijn hele leven al en schud dus vele handen per dag. Het kan mij niet vaak genoeg plaatsvinden.

In de coronatijd wordt het geven van handen en ander fysiek contact afgeraden. Met onze handen raken we immers veel aan, met name ons eigen lichaam. Vele malen per dag raken we ons eigen gezicht aan. Mijn moeder heeft mij lang geleden geleerd dat als ik moest niezen ‘ik mijn hand voor mijn mond en neus moest houden’. Ook bij gapen is het beleefd je hand voor je open mond te houden. Als mensen ergens van schrikken houden zij hun hand voor hun mond. Ik poets, nadenkend, vele, vele malen per dag over mijn snor en baard.

Bij een virus als het coronavirus zit bij een besmet iemand het virus in snot, slijm, en uitgeademde lucht uit neus, mond en luchtwegen. en de omgeving daarvan En dus al snel ook aan de handen. Geef je dan iemand een hand, en diegene zit vervolgens aan zijn eigen gezicht, dan is besmetting met virussen een serieus gevaar. Het regelmatig wassen van handen met water en zeep kan echter veel narigheid voorkomen. En geen handen meer geven.

Ik heb mij, vanuit de bij mij diep geankerde gewoonte tot het geven van handen, de laatste weken meerdere malen vergist. Ik stak een hand uit ter begroeting, afscheid, ter bevestiging van iets of als dankbetuiging. Vroeger pakte eigenlijk iedereen dan mijn uitgestoken hand. De meeste mensen schrikken daar nu van terug. En daar schrik ik dan weer van. Dit doet mij elke keer weer realiseren dat het helemaal niet meer zo gewoon is om handen te geven. Sommigen maakten dezelfde vergissing en staken een hand uit naar mij en ik heb in de laatste weken, impulsief, al vele malen hartelijk de hand geschud. Mij realiserend dat deze voor mij zo gewone en zo enorm gewenste handeling in deze tijd (tijdelijk) ongewoon is, schrok ik en waste ik mijn handen; iets wat ik vóór de corona-crisis voorafgaande aan het geven van een hand  nooit deedIk conformeer mij daarbij aan het gestelde doel waar ik mij overigens volledig in kan vinden maar ik verzet mij er wel tegen om het niet geven van handen als normaal te gaan beschouwen. Mijn brein wil dat gewoon niet. Vandaar dat ik mij nog zo regelmatig vergis en een hand geef of ontvang. Het niet geven van een hand zit niet geankerd in mijn systeem. Ik hoop dat er weer een tijd komt waarin het geven van handen weer volkomen normaal is en niet meer iets onwenselijks. Wat fijn zou dat zijn. Maar ik ben niet zeker dat het ooit weer gewoon zal gaan worden.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.40.57

Het geven van een hand, meestal de rechter , is een zeer gebruikelijke manier van begroeting en afscheid, om iets te benadrukken (bijvoorbeeld een handelsdeal of juridische overeenkomst ) of een felicitatie met wat dan ook. Ook geven man en vrouw (of man en man of vrouw en vrouw) elkaar de hand bij de huwelijksvoltrekking. Vredes tussen landen zijn door de eeuwen heen bezegeld doordat de leiders elkaar de hand schudden (de handdruk tussen Churchill, Truman en Stalin in 1945 en de bekende handdruk tussen Arafat en Rabin onder toeziend oog van Bill Clinton in 1993 zijn daar een fraaie voorbeelden van). Excuses voor wat dan ook worden in gelijkwaardigheid veelal, en voor de camera’s van de pers, bekrachtigd met een handdruk. Bij alle mogelijk riten is het geven van een hand een vast onderdeel van de vaak eeuwenoude vastgelegde gewoonten. Het geven van een hand is een krachtig teken van gelijkwaardigheid en respect en schept een band tussen de handengevers. In de meeste culturen wordt het weigeren van een handdruk dan ook gezien als respectloos. Toen op 19 november 2004 de imam Ahmad Salam de uitgestoken hand van Rita Verdonk weigerde was dat breaking front page news. 20 november 2009 was de nationale handschuddag om mensen dichter bij elkaar te brengen.

6a00d8341c897053ef0120a6ba0045970b
De imam Ahmad Salam weigert de uitgestoken hand van Rita Verdonk

 

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.04.45
Richard Nixon en Elvis Presley 21 december 1970
Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.07.18
Winston Churchill, Harry Truman en Joseph Stalin, 25 juli 1945
Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.08.51
Yotzhak Rabin en Yasser Arafat schudden elkaars hand onder toeziend oog van Bill Clinton op 13 september 1993

Vanwege de diepgewortelde gewoonte, symboliek en diepe betekenis is het advies om in de coronatijd helemaal geen handen meer te geven voor velen verwarrend. Als gezegd: reden voor mij, die respect en gelijkwaardigheid zeer hoog in het vaandel draagt, mij regelmatig te vergissen en hartelijk en oprecht een hand aan te bieden of bij aanbieding door een ander deze te schudden. Het weigeren van een aangeboden hand vind ik respectloos en beledigend, vandaar dat ik mij bij een aangeboden hand regelmatig vergis. Het hindert mij emotioneel dat ik een aangeboden hand moet weigeren of mijn hand niet mag aanbieden. Ook dat ik schrik als ik ‘per vergissing’ wel een hand geef. Het voelt zo onnatuurlijk en alsof ik de ander niet de moeite waard vind.  Maar ik respecteer in deze abnormale tijd de achterliggende reden en was mijn handen na het per vergissing geven van de hand dan maar grondig.

Old Hand Care Elderly

Naast het sociaal en intermenselijk bepaalde geven en schudden van een hand is het langdurig vasthouden van iemands hand ook zeer wenselijk fysiek gedrag. Het vasthouden van een hand van een stervende is bijvoorbeeld een algemeen aanvaard gebaar. Ik heb de handen van vele eenzame stervende patiënten vastgehouden. Als teken van connectie en troost. Stervenden worden rustiger als iemand hun hand vasthoud. Door de aanraking stijgt het hypothalamushormoon oxytocine in ons bloed en daalt het stresshormoon cortisol. Onze bloeddruk en hartslag daalt. Waarom doen we dat alleen in de stervensfase? Waarom houden we elkaars hand niet vast als we een persoonlijk gesprek met elkaar hebben? Waarom maken we dan niet de oprechte fysieke connectie? Is dat omdat we tijdens het sterven meestal niet meer verbaal communiceren? Ik geloof dat niet. Een hand langdurig vasthouden is een teken van oprechte intimiteit. Het is het doorbreken van een fysieke barrière. Wellicht durven we dat tegenwoordig in een tijd van #MeToo niet meer tijdens het gezonde leven omdat we het dan verwarren met seksualiteit. Het verwarren met een (ongepaste) seksuele toenadering? Het vasthouden van een hand kan immers alleen maar leiden tot meer lichamelijke toenadering zal men redeneren. Iets wat je met een stervende niet voorhebt. Zou daar het verschil in zitten?

Ik zou, tijdens een persoonlijk gesprek, iemands hand kunnen vasthouden zonder daarbij de drang te hebben tot verdere lichamelijke toenadering. In oprechte vriendschap, respect, gelijkwaardigheid en empathie.  Het zou waarlijk een meerwaarde zijn tijdens de intermenselijke connectie. Het geeft ook aanleiding to zogenoemd brain-coupling. Connectie maken tussen twee breinen. Hoe mooi kan het zijn! In het mooie overzichtsartikel Touch for socioemotional and physical well-being: a review schrijft Tiffany Field van het Touch Research Institute in Miami (in Developmental Review 2010; 30: 367-383): In fact, the absence of touch may prevent the development of a romantic relationship en Touch and love have been called indivisible. Wetenschappelijk onderzoek laat verder zien dat een aanraking een tien maal sterker effect heeft dan verbaal  en emotioneel contact. We zijn vergeten dat aanraking een basale en onmisbare eigenschap van de mens is. Geen ander zintuig kan ons zo positief beïnvloeden als de empathische aanraking. Waarom doen we dit dan zo weinig? Ondanks de overweldigende wetenschappelijke bewijzen dat aanraking heilzaam is en reductie geeft van pijn, angst, depressie en andere narigheid wordt aanraking als normale en wenselijke sociale communicatie ontmoedigd en als zeer ongepast en verdacht gezien in vele westerse landen. Het vasthouden van elkaars hand geeft brain coupling en daardoor een aanzienlijke reductie in pijnbeleving schrijven Pavel Goldstein en collegae in hun artikel Brain-to-brain coupling during handholding is associated with pain reduction (PNAS2018; 115: E2528-E2537).

Een gemeende aanraking of het empathisch vasthouden van elkaars hand is dus een gratis en prachtige gift aan diegene die wij liefhebben. Bizar dat we dat zo weinig doen.

IMG_1696
Photo: Ebony Finck, Australia

Bejaarden in verpleeg- en verzorgingshuizen hebben momenteel huidhonger. Zij willen aangeraakt worden. Door hen die zij liefhebben. Hun warmte en huid voelen. En dan werkelijk huid op huid contact, niet met een rubber handschoen daartussen. Het moet toch mogelijk zijn om dat werkelijke huid-op-huid contact te bewerkstelligen? Bijvoorbeeld door grondige desinfectie van beide handen.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.27.53

De foto hierboven waarbij een 100-jarige man de hand van zijn 96-jarige vrouw niet wil loslaten ontroert mij enorm, wat een schoonheid. Maar het maakt mij ook diep somber als ik mij realiseer dat mannen en vrouwen die hun leven lang samen zijn geweest in het finale moment van hun relatie momenteel in quarantaine elkaars hand niet meer mogen en kunnen vasthouden. Ook niet aan het einde van hun leven.

Ik pas mij momenteel aan aan de huidige noodzaak van geen handen geven.  Maar tegelijkertijd verwijt ik het mijzelf niet als ik mijzelf soms vergis. Omdat ik het niet geven van een hand echt als abnormaal wil blijven zien. Ik pas mij nu volgzaam aan, maar tijdelijk. Wel neem ik na het bij vergissing geven van een hand de aanvaarde maatregelen en reinig mijn handen grondig.

Ik maak mij grote zorgen over het langdurig ‘normaal’ gaan vinden van een van de meest respectvolle en gelijkwaardige handelingen die mensen door de eeuwen heen gewoon en wenselijk hebben gevonden, en dat nu niet meer zullen doen. Mensen die nu stellen het wel prettig te vinden dat ze niet meer aangeraakt worden en geen handen meer moeten geven. En dit graag als normaal zouden zien. Zij die zeggen dat het ‘handen geven’ niet meer van deze tijd is. Wat een armoede zou dat zijn.

Het niet geven van een hand voelt voor mij als veel meer dan anderhalve meter afstand. Fysiek en emotioneel.

 

 

Jong, gezond en toch overleden aan COVID-19

 

Millennials-2

Worden alleen ouderen en mensen met comorbiditeit zodanig getroffen door het coronavirus dat zij COVID-19 ontwikkelen? Er wordt, ter verdediging van dat corona een onvoorspelbaar killervirus is dat ook gezonden vanuit een onbeschadigd bestaan kan treffen, gezegd dat door te stellen dat alleen ouderen en chronisch zieken komen te overlijden aan COVID-19  het probleem van het virus gebagatelliseerd wordt. Mij wordt ook verweten dat ik gesteld heb dat het vrijwel niet voorkomt dat jonge gezonde mensen op een intensive care aan COVID-19 komen te overlijden.

In onderstaande analyse ga ik, voor de argumentatie, ervan uit dat een jong iemand jonger is dan veertig jaar en aan de gevolgen van COVID-19 is overleden.

De sterfte aan COVID-19 is wereldwijd onder ouderen (ouder dan 70 jaar) het hoogst. Dat is geen punt van discussie en verklaarbaar omdat zij veel gevoeliger zijn voor het krijgen van een fatale infectie. Dat is het natuurlijk gevolg van het verouderen van het immuunsysteem. Daarom komen de meeste ziekten die met chronische inflammatie te maken hebben in de figuurlijke herfst en winter van het leven. Een acute infectie verloopt dan snel fataal. Dat zien we in de verpleeg- en verzorgingshuizen. Er zijn bij deze ouderen bij zo’n aanval nog maar heel weinig soldaten (afweer) over die het fort (het oude lichaam) kunnen verdedigen.

In Italië werd dat al snel duidelijk. Hieronder een tabel van de verdeling van leeftijd bij overlijden van 2870 COVID-19 patiënten in Italië. Het overgrote deel is ouder dan zeventig jaar. Van de overleden patiënten waren er negen (dat is 0,31%) tussen 30 en 39 jaar. Er waren onder de overleden patiënten er geen die jonger waren dan dertig.Schermafbeelding 2020-05-18 om 07.44.36

In Italie had slechts 1,2% van 481 daarop onderzochte patienten geen comorbiditeit, 23,5% een onderliggende ziekte, 26,6% twee en 48,6% drie of meer.

In Nederland zijn tot 17 mei 2020 5680 patiënten overleden aan bewezen COVID-19, 5037 (89%) overleden patiënten waren ouder dan zeventig jaar en 14 (0,24%) patiënten waren jonger dan veertig jaar.

Schermafbeelding 2020-05-18 om 11.09.57
Bron: RIVM

Van de in Nederland overleden COVID-19 patiënten die jonger waren dan zeventig jaar had 70% een onderliggende ziekte(n), 10% geen onderliggende ziekte(n) en van 20% was dat bij opname in het ziekenhuis niet bekend. 43,5% had ziekten van hart en bloedvaten, 26% diabetes, 25% chronische longziekten, 15% kanker en 15% chronische neurologische ziekten.

Van de eerste honderd COVID-19 patienten in het Elisabeth Tweesteden ziekenhuis in Tilburg had ongeveer 80% onderliggende ziekten waarvan de meesten hypertensie en suikerziekte.

Ook bij andere acute infectieziekten zoals influenza zien we dat de meeste patienten comorbiditeit hebben voorafgaande aan opname. Bij de H3N2 was dat ruim 80% . Dit is logisch en verklaarbaar. Veel van de onderliggende ziekten zijn systemische inflammatieziekten waardoor de gevoeligheid voor infecties vele malen groter is. Het is al heel lang bekend dat het hebben van suikerziekte de patiënten veel vatbaarder voor infectieziekten maakt.

Belangrijk om te bedenken is dat niet alle ziekten worden gerekend onder comorbiditeit, het zijn vooral de voor de hand liggende onderliggende chronische ziekten zoals diabetes mellitus, hypertensie, hart-en vaatziekten, COPD en kanker. Ziekten zoals chronische reumatoïde artritis, psoriasis en andere minder voorkomende chronische inflammatoire ziekten, maar ook verminderde weerstand door chronisch medicijngebruik zijn niet meegenomen in de berekeningen, maar kunnen gezien hun invloed op immuniteit wel degelijk van belang zijn geweest bij het krijgen van (fatale) COVID-19.

Ja het is waar, en ook heel triest, dat in Nederland ook enkele jonge mensen zijn komen te overlijden aan COVID-19. Ook gezonde jonge mensen. Van de 5680 overleden patiënten in Nederland (stand tot 17 mei 2020) waren er veertien overledenen jonger dan veertig jaar. Dat is 0,24% van alle aan COVID-19 in Nederland overleden patienten.

Ook jonge mensen komen helaas voortijdig te overlijden. Aan ongevallen of kanker. In 2018 overleden  in Nederland 153.363 mensen, waarvan 1464 in een leeftijd tussen 25-40 jaar. Dat is 0,9% van de totale sterfte. En de 14 jonge COVID-19 doden? Dat is dan 0,9% van de overlijdens in deze leeftijdcategorie.

En, laten we voor de argumentatie, stellen dat het bij deze 14 jonge overledenen blijft en er er geen jonge COVID-19 overledenen meer bijkomen. Per jaar gaan er zo’n 150.000 mensen dood in Nederland. Dan vormen deze 14 overledenen 0,009% van alle overledenen. In het individuele geval is het uiterst tragisch en vreselijk voor de nabestaanden, maar, vergeef mij alsjeblieft het kille gebruik van de getallen, statistisch verwaarloosbaar klein over het grote geheel.

Hoe toch enkele jonge gezonden mensen zo ziek kunnen worden en komen te overlijden aan COVID-19 terwijl bijna alle leeftijdgenoten niet ziek worden is vooralsnog onduidelijk. Mogelijk dat zij toch een onbekende genetische afwijkinghebben die hen zo gevoelig maakt voor het krijgen van een fatale infectie.

Schermafbeelding 2020-05-18 om 11.56.18

Schermafbeelding 2020-05-18 om 11.56.00

 

Het is dus waar dat enkele jonge gezonde mensen komen te overlijden aan COVID-19, maar gelukkig zijn dat er heel weinig.

 

Doodsoorzaak ‘Hartfalen’

DlJzeZyVAAANV3b

Eerder schreef ik in mijn blog ‘Oversterfte door verkommering en eenzaamheid’ over de moeder van Jeannine. De Volkskrant pakte het verhaal op en journalist Maud Efting publiceerde over dit schrijnende voorbeeld van de gevolgen van sociale en fysieke isolatie ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus een groot artikel. Gisteren ontving ik van Jeannine een bericht over het vervolg:

‘Ik heb al eerder gereageerd op uw artikel met mijn verhaal over mijn moeder van 94, een kleine drie weken geleden. Hoe ik zo schrok toen ik bij een eerste maal beeld bellen haar aftakeling zag in 6 weken tijd. Hoe bij mij alle allarm bellen afgingen. Hoe ik alles uit de kast hebt gehaald om toegang te krijgen tot haar. Zij had geen corona!!! Door afgesloten te raken van het dagelijkse bezoek dat zij kreeg. We hebben uiteindelijk toegang gekregen, het was echter te laat. We hebben haar afgelopen maandag begraven. Ik heb persoonlijk de schouwarts gesproken en wilde weten wat als reden van overlijden genoteerd zou worden. Het antwoord was: ‘ ik mag eenzaamheid niet noteren, in dit soort gevallen noteren we hartfalen’ . Vanaf het moment dat wij permanent toegang kregen heeft ze nog 3 dagen geleefd, er was geen weg meer terug.’

De opmerking van de huisarts ‘Ik mag eenzaamheid niet noteren, in dit soort gevallen noteren we hartfalen’ bleef lang bij mij hangen. Als oude mensen in verpleeg- en verzorgingshuizen komen te overlijden wordt inderdaad pragmatisch ‘hartfalen’ als doodsoorzaak genoteerd. En op zich is dit niet verkeerd, het is inderdaad in de meeste gevallen het hart dat uiteindelijk stopt met kloppen. En als er geen andere evidente doodsoorzaak, zoals kanker of een pneumonie, aan te wijzen is wordt hartfalen dan op de overlijdensverklaring genoteerd. In geval van de moeder van Jeannine is hartfalen weliswaar de uiteindelijke reden tot het overlijden, maar de aanleiding tot het falen is toch echt eenzaamheid en verkommering door gedwongen sociale isolatie. In mijn blog ‘Voortijdig overlijden en psychisch leed door quarantaine en sociale isolatie’ heb ik beschreven dat geïsoleerde mensen een twee maal grotere kans hebben op overlijden door hartfalen juist als direct gevolg van de sociale isolatie in vergelijking met hen die wel sociale en fysieke contacten kunnen onderhouden.

Het hart dat faalt omdat het niet meer door liefde verwarmd wordt is een ander hart dat faalt omdat het mechanische kracht niet meer heeft om te pompen. De term is hetzelfde maar de aanleiding is werkelijk zo verschillend.

Doordat artsen als doodsoorzaak simpel de vergaarbak ‘hartfalen’ noteren bij de een overlijden van een door gedwongen isolatie verkommerde oudere zullen wij nooit de werkelijke impact van deze secundaire coronadoden weten. En dat terwijl ik weet dat er ook artsen zijn die bij elke pneumonie aan het einde van het leven de laatste weken als doodsoorzaak COVID-19 noteren zonder dat dit ooit getest of bewezen is. Hierdoor wordt de statistiek volkomen onbetrouwbaar en zullen de uiteindelijke getallen ons bar weinig leren over wat er werkelijk in de verpleeg- en verzorgingshuizen heeft plaatsgevonden.

Voortijdig overlijden en psychisch leed door quarantaine en sociale isolatie

Social-Isolation-Depositphotos_178958244_s-2019

‘A sad soul can kill you quicker than a germ’

John Steinbeck in Travels with Charley: In search of America, 1962

 

Het isoleren van individuen uit de samenleving wordt gedaan om verschillende redenen. Bijvoorbeeld misdadigers worden in gevangenissen voor bepaalde tijd geisoleerd van de rest van de samenleving. Hun misdaad tegen de samenleving was te groot om hen onder ons te houden. Ook patiënten met ernstige psychiatrische stoornissen die een gevaar opleveren voor anderen en voor zichzelf kunnen worden geïsoleerd in een isoleercel in een ziekenhuis of inrichting. Patiënten met een besmettelijke infectieziekte worden geïsoleerd van mensen die de infectieziekte niet hebben. In het laatste geval wordt getracht dat gezonde mensen ziek worden te voorkomen. Dit laatste is gedaan met patienten met zekere COVID-19 of met een sterke verdenking daarop.

Quarantaine is een vorm van separatie en een opgelegde restrictie aan vrijheid van mensen die weliswaar niet ziek zijn maar waarvan men wil voorkomen dat zij ziek worden door een besmettelijke ziekte. Het wordt ook wel omgekeerde isolatie genoemd. Ook zieke mensen kunnen in omgekeerde isolatie worden verpleegd en behandeld. Bijvoorbeeld patienten met een sterk verminderde weerstand, bijvoorbeeld door leukemie, worden omgekeerd geïsoleerd. Men wil voorkomen dat ziekmakende micro-organismen hen bereiken en ziek(er) maken. Ook worden mensen die door leeftijd en/of chronische lichamelijke gesteldheid vatbaarder zijn voor besmetting en bij infectie zieker worden dan gezonden en het risico lopen aan de infectie te sterven in quarantaine geplaatst. Dit laatste is in Nederland de laatste twee maanden gedaan bij ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Oude mensen bleken door de toestand van hun afweer veel vatbaarder voor het coronavirus en als zij COVID-19 kregen was de sterfte onder hen groot. Waar jonge mensen na infectie een paar dagen hoesten en wat koortsig waren, stierven oude mensen snel en geraakten mensen met onderliggende ziekten op de intensive care aan de beademing.

Sociale isolatie en quarantaine worden algemeen gezien als een groot goed, want immers de twee grote vijanden, ziekte en dood, worden hiermee de pas afgesneden. Omdat alle ouderen in de tehuizen, zonder uitzondering, worden geïsoleerd, lijkt het alsof ervan uitgegaan kan worden dat oude mensen kwantiteit in jaren belangrijker vinden dan kwaliteit van sociale interactie. Het lijkt alsof de dood een altijd te bestrijden vijand is. Dat dit niet zo vanzelfsprekend is bleek de laatste weken door hartverscheurende verhalen van verkommerende bejaarden die hun (klein)kinderen en andere dierbare in het geheel niet meer mochten zien. Fysiek contact was helemaal uit den boze. Er heerste een hongersnood in de huizen, geen nood aan voedsel, maar aan fysiek huidcontact en aandacht. De arme ouderen moesten maar volhouden was het, voor mij, onbegrijpelijke credo. Isolatie zonder consent. Quarantaine zonder zelfbeschikking of een eigen keuze. Oude mensen die ons land na de tweede wereldoorlog wel hebben opgebouwd worden onmondig sociaal geïsoleerd van alles wat hen in het leven nog rest.

Het is al lang bekend dat quarantaine en afgedwongen isolatie  altijd een negatieve ervaring is voor diegenen die het moeten ondergaan. Het verlies van vrijheid, autonomie, de gedwongen separatie van geliefden, het ontberen van lichamelijke aanraking, verveling en onzekerheid over de duur van de isolatie kunnen werkelijk een dramatisch effect hebben op de psychische gesteldheid van mensen.

Zo blijkt de duur van de quarantaine van belang. Tijdens een SARS uitbraak bleek dat mensen die gedwongen langer dan tien dagen in quarantaine verbleven een significant hogere kans hadden op langdurige stress gerelateerde stoornissen dan zij die korter dan tien dagen in quarantaine verbleven (Hawryluck et al. SARS control and psychological effects of quarantaine. Gepubliceerd in: Emerging Infectious Diseases 2004; 10: 1206-1212). Oude mensen zitten in veel gevallen al bijna twee maanden in quarantaine in Nederlandse verpleeg- en verzorgingshuizen.

Oude mensen met cognitieve beperkingen, zoals dementie, worden nu geïsoleerd van hun naasten. Velen zijn daarvan ernstig in de war. Zij snappen niet dat hun geliefden hen niet meer bezoeken. Familieleden zijn hier radeloos onder. Onderzoek heeft juist laten zien dat sociaal geïsoleerde mensen met cognitieve en psychiatrische ziekten tijdens een MERS uitbraak 4-6 maanden na het opheffen van de quarantaine nog steeds angstig en ontstemd zijn (Jeong et al. Mental health status of people isolated due to Middle East respiratory syndrome. Gepubliceerd in Epidemiology and Health  2016; 38: e2016048).

In vele studies zijn de negatieve psychologische effecten van isolatie en quarantaine gevonden en beschreven (onlangs samengevat door Samantha Brooks et al. The psychological impact of quarantaine and how to reduce it: rapid review of the evidence. Lancet 2020; 395: 912-920). Zij beschrijven dat de hopeloosheid van de geïsoleerden tijdens de quarantaine vanzelfsprekend (‘unsurprising’) is, maar dat het werkelijk zeer zorgelijk is dat de negatieve psychologische effecten zich maanden tot jaren later nog kunnen uiten.

Als ik in hun review lees dat: ‘Longer quarantaine is associated with poorer psychological outcomes’ en dat de auteurs adviseren de isolatie zo kort als mogelijk te houden (maximaal 10 dagen), dan voel ik de rillingen over mijn rug wetende dat de meesten al bijna twee maanden zijn geïsoleerd van hun dierbaren. Vandaag werd duidelijk dat ‘als proef’ in een verzorgingshuis, naasten met mondkapjes op één uur per week op bezoek mogen komen. Eén uur per week!! Mijn god!

Niet alleen zijn negatieve psychologische effecten overduidelijk, ook lichamelijk heeft sociale isolatie een negatief effect. Matthew Pantell en collegae beschreven in hun artikel ‘Social isolation: a predictor of mortality comparable to traditional clinical risk factors’ (American Journal of Public Health 2013; 103: 2056-2062) dat mensen in sociale isolatie een veel hogere kans hebben op overlijden dan vergelijkbare mensen die niet geïsoleerd zijn. Eerder was dit al beschreven door Julianne Holt en collegae in PLosMedicine (2010; 7: e1000316) (Social relationships and mortality risk: a meta-analytic review). Zij reviewden 146 wetenschappelijke studies en vonden een 50% hogere kans op overlijden bij sociaal geïsoleerden. Zij onderzochten later ook het effect van eenzaamheid op sterfte (Loneliness and social isolation as risk factors for mortality: a meta-analytic review. Gepubliceerd in Perspectives on Psychological science 2015; 10: 227-237).

Als mannen regelmatig door dierbaren werden bezocht daalde het risico met bijna 30% op een hartinfarct  (Eng et al. Social ties and changes in social ties in relation to subsequent total and cause-specific mortality and coronary heart disease incidence in men. American journal of epidemiology 2002; 155; 700-709).

Door quarantaine en sociale isolatie wil men in de coronacrisis voorkomen dat mensen geïnfecteerd worden met het virus en ziek worden. Daarbij wordt over het algemeen uitgegaan dat de weerstand van de geïsoleerden gelijk blijft door de maatregel. Dit blijkt echter in het geheel niet te zien.  Sheldon Cohen en collegae onderzochten of sociale verbintenissen met familie, vrienden, werk en samenleving geassocieerd waren met een verhoogde kans om ziek te worden van besmetting met twee verschillende rhinovirussen, virussen die verkoudheid veroorzaken.  Zij testen dit bij 276 gezonde vrijwilligers. Zij vonden dat hoe meer sociale en emotionele verbintenissen de proefpersonen hadden, des te resistenter zij waren tegen het virus. Zij publiceerden hun bevindingen in het toonaangevende tijdschrift JAMA (Social Ties and Susceptibility to the Common Cold, JAMA 1997; 277: 1940-1944).

Ik heb géén wetenschappelijke studies kunnen vinden waarin gesteld is dat quarantaine en sociale isolatie géén of minimaal negatief effect hebben op de psychische en lichamelijke gezondheid. Allen (!) beschrijven ingrijpende negatieve effecten.

Men wil met de gedwongen quarantaine en sociale isolatie voorkomen dat ouderen en kwetsbaren ziek worden en komen te overlijden. Het lijkt, alle wetenschappelijke studies hierover lezend, er veel meer op dat de isolatie en quarantaine juist dodelijk voor hen zijn. Er is oversterfte in de verpleeg- en verzorgingshuizen die niet direct COVID-19 gerelateerd is.

Ik word hier triest van en twijfel of we hier later nog neutraal naar kunnen terugkijken.