Voortijdig overlijden en psychisch leed door quarantaine en sociale isolatie

Social-Isolation-Depositphotos_178958244_s-2019

‘A sad soul can kill you quicker than a germ’

John Steinbeck in Travels with Charley: In search of America, 1962

 

Het isoleren van individuen uit de samenleving wordt gedaan om verschillende redenen. Bijvoorbeeld misdadigers worden in gevangenissen voor bepaalde tijd geisoleerd van de rest van de samenleving. Hun misdaad tegen de samenleving was te groot om hen onder ons te houden. Ook patiënten met ernstige psychiatrische stoornissen die een gevaar opleveren voor anderen en voor zichzelf kunnen worden geïsoleerd in een isoleercel in een ziekenhuis of inrichting. Patiënten met een besmettelijke infectieziekte worden geïsoleerd van mensen die de infectieziekte niet hebben. In het laatste geval wordt getracht dat gezonde mensen ziek worden te voorkomen. Dit laatste is gedaan met patienten met zekere COVID-19 of met een sterke verdenking daarop.

Quarantaine is een vorm van separatie en een opgelegde restrictie aan vrijheid van mensen die weliswaar niet ziek zijn maar waarvan men wil voorkomen dat zij ziek worden door een besmettelijke ziekte. Het wordt ook wel omgekeerde isolatie genoemd. Ook zieke mensen kunnen in omgekeerde isolatie worden verpleegd en behandeld. Bijvoorbeeld patienten met een sterk verminderde weerstand, bijvoorbeeld door leukemie, worden omgekeerd geïsoleerd. Men wil voorkomen dat ziekmakende micro-organismen hen bereiken en ziek(er) maken. Ook worden mensen die door leeftijd en/of chronische lichamelijke gesteldheid vatbaarder zijn voor besmetting en bij infectie zieker worden dan gezonden en het risico lopen aan de infectie te sterven in quarantaine geplaatst. Dit laatste is in Nederland de laatste twee maanden gedaan bij ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Oude mensen bleken door de toestand van hun afweer veel vatbaarder voor het coronavirus en als zij COVID-19 kregen was de sterfte onder hen groot. Waar jonge mensen na infectie een paar dagen hoesten en wat koortsig waren, stierven oude mensen snel en geraakten mensen met onderliggende ziekten op de intensive care aan de beademing.

Sociale isolatie en quarantaine worden algemeen gezien als een groot goed, want immers de twee grote vijanden, ziekte en dood, worden hiermee de pas afgesneden. Omdat alle ouderen in de tehuizen, zonder uitzondering, worden geïsoleerd, lijkt het alsof ervan uitgegaan kan worden dat oude mensen kwantiteit in jaren belangrijker vinden dan kwaliteit van sociale interactie. Het lijkt alsof de dood een altijd te bestrijden vijand is. Dat dit niet zo vanzelfsprekend is bleek de laatste weken door hartverscheurende verhalen van verkommerende bejaarden die hun (klein)kinderen en andere dierbare in het geheel niet meer mochten zien. Fysiek contact was helemaal uit den boze. Er heerste een hongersnood in de huizen, geen nood aan voedsel, maar aan fysiek huidcontact en aandacht. De arme ouderen moesten maar volhouden was het, voor mij, onbegrijpelijke credo. Isolatie zonder consent. Quarantaine zonder zelfbeschikking of een eigen keuze. Oude mensen die ons land na de tweede wereldoorlog wel hebben opgebouwd worden onmondig sociaal geïsoleerd van alles wat hen in het leven nog rest.

Het is al lang bekend dat quarantaine en afgedwongen isolatie  altijd een negatieve ervaring is voor diegenen die het moeten ondergaan. Het verlies van vrijheid, autonomie, de gedwongen separatie van geliefden, het ontberen van lichamelijke aanraking, verveling en onzekerheid over de duur van de isolatie kunnen werkelijk een dramatisch effect hebben op de psychische gesteldheid van mensen.

Zo blijkt de duur van de quarantaine van belang. Tijdens een SARS uitbraak bleek dat mensen die gedwongen langer dan tien dagen in quarantaine verbleven een significant hogere kans hadden op langdurige stress gerelateerde stoornissen dan zij die korter dan tien dagen in quarantaine verbleven (Hawryluck et al. SARS control and psychological effects of quarantaine. Gepubliceerd in: Emerging Infectious Diseases 2004; 10: 1206-1212). Oude mensen zitten in veel gevallen al bijna twee maanden in quarantaine in Nederlandse verpleeg- en verzorgingshuizen.

Oude mensen met cognitieve beperkingen, zoals dementie, worden nu geïsoleerd van hun naasten. Velen zijn daarvan ernstig in de war. Zij snappen niet dat hun geliefden hen niet meer bezoeken. Familieleden zijn hier radeloos onder. Onderzoek heeft juist laten zien dat sociaal geïsoleerde mensen met cognitieve en psychiatrische ziekten tijdens een MERS uitbraak 4-6 maanden na het opheffen van de quarantaine nog steeds angstig en ontstemd zijn (Jeong et al. Mental health status of people isolated due to Middle East respiratory syndrome. Gepubliceerd in Epidemiology and Health  2016; 38: e2016048).

In vele studies zijn de negatieve psychologische effecten van isolatie en quarantaine gevonden en beschreven (onlangs samengevat door Samantha Brooks et al. The psychological impact of quarantaine and how to reduce it: rapid review of the evidence. Lancet 2020; 395: 912-920). Zij beschrijven dat de hopeloosheid van de geïsoleerden tijdens de quarantaine vanzelfsprekend (‘unsurprising’) is, maar dat het werkelijk zeer zorgelijk is dat de negatieve psychologische effecten zich maanden tot jaren later nog kunnen uiten.

Als ik in hun review lees dat: ‘Longer quarantaine is associated with poorer psychological outcomes’ en dat de auteurs adviseren de isolatie zo kort als mogelijk te houden (maximaal 10 dagen), dan voel ik de rillingen over mijn rug wetende dat de meesten al bijna twee maanden zijn geïsoleerd van hun dierbaren. Vandaag werd duidelijk dat ‘als proef’ in een verzorgingshuis, naasten met mondkapjes op één uur per week op bezoek mogen komen. Eén uur per week!! Mijn god!

Niet alleen zijn negatieve psychologische effecten overduidelijk, ook lichamelijk heeft sociale isolatie een negatief effect. Matthew Pantell en collegae beschreven in hun artikel ‘Social isolation: a predictor of mortality comparable to traditional clinical risk factors’ (American Journal of Public Health 2013; 103: 2056-2062) dat mensen in sociale isolatie een veel hogere kans hebben op overlijden dan vergelijkbare mensen die niet geïsoleerd zijn. Eerder was dit al beschreven door Julianne Holt en collegae in PLosMedicine (2010; 7: e1000316) (Social relationships and mortality risk: a meta-analytic review). Zij reviewden 146 wetenschappelijke studies en vonden een 50% hogere kans op overlijden bij sociaal geïsoleerden. Zij onderzochten later ook het effect van eenzaamheid op sterfte (Loneliness and social isolation as risk factors for mortality: a meta-analytic review. Gepubliceerd in Perspectives on Psychological science 2015; 10: 227-237).

Als mannen regelmatig door dierbaren werden bezocht daalde het risico met bijna 30% op een hartinfarct  (Eng et al. Social ties and changes in social ties in relation to subsequent total and cause-specific mortality and coronary heart disease incidence in men. American journal of epidemiology 2002; 155; 700-709).

Door quarantaine en sociale isolatie wil men in de coronacrisis voorkomen dat mensen geïnfecteerd worden met het virus en ziek worden. Daarbij wordt over het algemeen uitgegaan dat de weerstand van de geïsoleerden gelijk blijft door de maatregel. Dit blijkt echter in het geheel niet te zien.  Sheldon Cohen en collegae onderzochten of sociale verbintenissen met familie, vrienden, werk en samenleving geassocieerd waren met een verhoogde kans om ziek te worden van besmetting met twee verschillende rhinovirussen, virussen die verkoudheid veroorzaken.  Zij testen dit bij 276 gezonde vrijwilligers. Zij vonden dat hoe meer sociale en emotionele verbintenissen de proefpersonen hadden, des te resistenter zij waren tegen het virus. Zij publiceerden hun bevindingen in het toonaangevende tijdschrift JAMA (Social Ties and Susceptibility to the Common Cold, JAMA 1997; 277: 1940-1944).

Ik heb géén wetenschappelijke studies kunnen vinden waarin gesteld is dat quarantaine en sociale isolatie géén of minimaal negatief effect hebben op de psychische en lichamelijke gezondheid. Allen (!) beschrijven ingrijpende negatieve effecten.

Men wil met de gedwongen quarantaine en sociale isolatie voorkomen dat ouderen en kwetsbaren ziek worden en komen te overlijden. Het lijkt, alle wetenschappelijke studies hierover lezend, er veel meer op dat de isolatie en quarantaine juist dodelijk voor hen zijn. Er is oversterfte in de verpleeg- en verzorgingshuizen die niet direct COVID-19 gerelateerd is.

Ik word hier triest van en twijfel of we hier later nog neutraal naar kunnen terugkijken.

Narcisme

Onlangs stuurden wij (een neuroloog, een neuroloog in opleiding, een arts onderzoeker intensive care en ik) een manuscript over historische bronnen van een bijzondere en zeldzame soort beroerte (trombose van de arteria basilaris) ter beoordeling voor publicatie naar een hoogstaand Amerikaanse tijdschrift.  In het artikel benoemden wij dat vier Amerikaanse auteurs in het verleden originele Franstalige bronnen verkeerd hadden gelezen en geinterpreteerd. Daarnaast hadden deze Amerikaanse auteurs verzuimd andere (eerdere) Duitstalige en Franstalige bronnen te melden als eerdere beschrijvingen van de aandoening. Wij corrigeerden dit in ons manuscript en beschreven de ontbrekende bronnen. Twee van de drie reviewers van het manuscript  konden zich in ons betoog vinden en gaven nog enige contructieve opmerkingen. Maar de derde reviewer was op zijn zachts gezegd ‘not amused’. Zijn betoog kwam er op neer dat hij zich afvroeg waar wij het lef vandaan haalden om (Amerikaanse) auteurs van naam zo publiekelijk te kijk te zetten en hen te wijzen op hun omissies. Daarbij kwam dat wij ‘obscure and exotic publications’ hadden gebruikt. Hij bedoelde hiermee Duitse en Franse wetenschappelijke literatuur. Ach, het was bijna pathetisch hoe deze reviewer zijn nationale eer trachtte te verdedigen.

Mij schoot een andere vergelijkbare geschiedenis in herinnering, die ik er voor de gelegenheid even bij heb gezocht. Pierre Vinken en George Bruijn waren de Nederlandse initiatiefnemers en editors van het omvangrijke Handbook of Clinical Neurology dat nu meer dan 90 lijvige delen telt. Na deel 44 namen zij zich voor om verouderde hoofdstukken te herzien. Auteurs van deze hoofdstukken werden aangeschreven met de vraag of zij hiertoe genegen waren. Zo ook de Amerikaanse neuroloog professor Michael Melnick. Hem werd een deadline gesteld, waar hij mee instemde. Op een gegeven moment was de deadline verstreken en schreven de editors een vriendelijke maar duidelijke herinnering.

Een maand later antwoordde de arts:

Thank you for your note of 13 May 1986. Attached you will find a copy of same. Please follow my instructions carefully. Beginning at the bottom of the page, roll the letter into a very tight tube configuration. Be sure that the hole down the center of this tube is no larger than a standard #2 pencil’s diameter. Next, lubricate the exterior of this tube with some high-quality petroleum jelly. Finally, very carefully, and perhaps, with the aid of a mirror, place the tube in the only place certain never to see the sun, your rectum. With absolute sincerity, etc…..

Kijken we naar de DSM-IV criteria voor een narcistische persoonlijkheidsstoornis dan zien onder andere als diagnostisch criterium ‘Hij wordt kwaad als hij wordt tegengesproken door mensen die hij als minderwaardig beschouwt’ Bij een dergelijk staaltje onmiskenbaar narcisme kan je alleen maar in verbijstering zwijgen…..