De waarde van een hand geven en de noodzaak van het vasthouden van een hand

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.11.47

Ik ben iemand die het liefst iedereen bij de begroeting en afscheid een hand schud. Ik doe dat zelfs als ik in een winkel iets koop. Dan geef ik de verkoper na betaling een hand. Velen zijn daardoor aangenaam verrast. Ik doe dat mijn hele leven al en schud dus vele handen per dag. Het kan mij niet vaak genoeg plaatsvinden.

In de coronatijd wordt het geven van handen en ander fysiek contact afgeraden. Met onze handen raken we immers veel aan, met name ons eigen lichaam. Vele malen per dag raken we ons eigen gezicht aan. Mijn moeder heeft mij lang geleden geleerd dat als ik moest niezen ‘ik mijn hand voor mijn mond en neus moest houden’. Ook bij gapen is het beleefd je hand voor je open mond te houden. Als mensen ergens van schrikken houden zij hun hand voor hun mond. Ik poets, nadenkend, vele, vele malen per dag over mijn snor en baard.

Bij een virus als het coronavirus zit bij een besmet iemand het virus in snot, slijm, en uitgeademde lucht uit neus, mond en luchtwegen. en de omgeving daarvan En dus al snel ook aan de handen. Geef je dan iemand een hand, en diegene zit vervolgens aan zijn eigen gezicht, dan is besmetting met virussen een serieus gevaar. Het regelmatig wassen van handen met water en zeep kan echter veel narigheid voorkomen. En geen handen meer geven.

Ik heb mij, vanuit de bij mij diep geankerde gewoonte tot het geven van handen, de laatste weken meerdere malen vergist. Ik stak een hand uit ter begroeting, afscheid, ter bevestiging van iets of als dankbetuiging. Vroeger pakte eigenlijk iedereen dan mijn uitgestoken hand. De meeste mensen schrikken daar nu van terug. En daar schrik ik dan weer van. Dit doet mij elke keer weer realiseren dat het helemaal niet meer zo gewoon is om handen te geven. Sommigen maakten dezelfde vergissing en staken een hand uit naar mij en ik heb in de laatste weken, impulsief, al vele malen hartelijk de hand geschud. Mij realiserend dat deze voor mij zo gewone en zo enorm gewenste handeling in deze tijd (tijdelijk) ongewoon is, schrok ik en waste ik mijn handen; iets wat ik vóór de corona-crisis voorafgaande aan het geven van een hand  nooit deedIk conformeer mij daarbij aan het gestelde doel waar ik mij overigens volledig in kan vinden maar ik verzet mij er wel tegen om het niet geven van handen als normaal te gaan beschouwen. Mijn brein wil dat gewoon niet. Vandaar dat ik mij nog zo regelmatig vergis en een hand geef of ontvang. Het niet geven van een hand zit niet geankerd in mijn systeem. Ik hoop dat er weer een tijd komt waarin het geven van handen weer volkomen normaal is en niet meer iets onwenselijks. Wat fijn zou dat zijn. Maar ik ben niet zeker dat het ooit weer gewoon zal gaan worden.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.40.57

Het geven van een hand, meestal de rechter , is een zeer gebruikelijke manier van begroeting en afscheid, om iets te benadrukken (bijvoorbeeld een handelsdeal of juridische overeenkomst ) of een felicitatie met wat dan ook. Ook geven man en vrouw (of man en man of vrouw en vrouw) elkaar de hand bij de huwelijksvoltrekking. Vredes tussen landen zijn door de eeuwen heen bezegeld doordat de leiders elkaar de hand schudden (de handdruk tussen Churchill, Truman en Stalin in 1945 en de bekende handdruk tussen Arafat en Rabin onder toeziend oog van Bill Clinton in 1993 zijn daar een fraaie voorbeelden van). Excuses voor wat dan ook worden in gelijkwaardigheid veelal, en voor de camera’s van de pers, bekrachtigd met een handdruk. Bij alle mogelijk riten is het geven van een hand een vast onderdeel van de vaak eeuwenoude vastgelegde gewoonten. Het geven van een hand is een krachtig teken van gelijkwaardigheid en respect en schept een band tussen de handengevers. In de meeste culturen wordt het weigeren van een handdruk dan ook gezien als respectloos. Toen op 19 november 2004 de imam Ahmad Salam de uitgestoken hand van Rita Verdonk weigerde was dat breaking front page news. 20 november 2009 was de nationale handschuddag om mensen dichter bij elkaar te brengen.

6a00d8341c897053ef0120a6ba0045970b
De imam Ahmad Salam weigert de uitgestoken hand van Rita Verdonk

 

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.04.45
Richard Nixon en Elvis Presley 21 december 1970
Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.07.18
Winston Churchill, Harry Truman en Joseph Stalin, 25 juli 1945
Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.08.51
Yotzhak Rabin en Yasser Arafat schudden elkaars hand onder toeziend oog van Bill Clinton op 13 september 1993

Vanwege de diepgewortelde gewoonte, symboliek en diepe betekenis is het advies om in de coronatijd helemaal geen handen meer te geven voor velen verwarrend. Als gezegd: reden voor mij, die respect en gelijkwaardigheid zeer hoog in het vaandel draagt, mij regelmatig te vergissen en hartelijk en oprecht een hand aan te bieden of bij aanbieding door een ander deze te schudden. Het weigeren van een aangeboden hand vind ik respectloos en beledigend, vandaar dat ik mij bij een aangeboden hand regelmatig vergis. Het hindert mij emotioneel dat ik een aangeboden hand moet weigeren of mijn hand niet mag aanbieden. Ook dat ik schrik als ik ‘per vergissing’ wel een hand geef. Het voelt zo onnatuurlijk en alsof ik de ander niet de moeite waard vind.  Maar ik respecteer in deze abnormale tijd de achterliggende reden en was mijn handen na het per vergissing geven van de hand dan maar grondig.

Old Hand Care Elderly

Naast het sociaal en intermenselijk bepaalde geven en schudden van een hand is het langdurig vasthouden van iemands hand ook zeer wenselijk fysiek gedrag. Het vasthouden van een hand van een stervende is bijvoorbeeld een algemeen aanvaard gebaar. Ik heb de handen van vele eenzame stervende patiënten vastgehouden. Als teken van connectie en troost. Stervenden worden rustiger als iemand hun hand vasthoud. Door de aanraking stijgt het hypothalamushormoon oxytocine in ons bloed en daalt het stresshormoon cortisol. Onze bloeddruk en hartslag daalt. Waarom doen we dat alleen in de stervensfase? Waarom houden we elkaars hand niet vast als we een persoonlijk gesprek met elkaar hebben? Waarom maken we dan niet de oprechte fysieke connectie? Is dat omdat we tijdens het sterven meestal niet meer verbaal communiceren? Ik geloof dat niet. Een hand langdurig vasthouden is een teken van oprechte intimiteit. Het is het doorbreken van een fysieke barrière. Wellicht durven we dat tegenwoordig in een tijd van #MeToo niet meer tijdens het gezonde leven omdat we het dan verwarren met seksualiteit. Het verwarren met een (ongepaste) seksuele toenadering? Het vasthouden van een hand kan immers alleen maar leiden tot meer lichamelijke toenadering zal men redeneren. Iets wat je met een stervende niet voorhebt. Zou daar het verschil in zitten?

Ik zou, tijdens een persoonlijk gesprek, iemands hand kunnen vasthouden zonder daarbij de drang te hebben tot verdere lichamelijke toenadering. In oprechte vriendschap, respect, gelijkwaardigheid en empathie.  Het zou waarlijk een meerwaarde zijn tijdens de intermenselijke connectie. Het geeft ook aanleiding to zogenoemd brain-coupling. Connectie maken tussen twee breinen. Hoe mooi kan het zijn! In het mooie overzichtsartikel Touch for socioemotional and physical well-being: a review schrijft Tiffany Field van het Touch Research Institute in Miami (in Developmental Review 2010; 30: 367-383): In fact, the absence of touch may prevent the development of a romantic relationship en Touch and love have been called indivisible. Wetenschappelijk onderzoek laat verder zien dat een aanraking een tien maal sterker effect heeft dan verbaal  en emotioneel contact. We zijn vergeten dat aanraking een basale en onmisbare eigenschap van de mens is. Geen ander zintuig kan ons zo positief beïnvloeden als de empathische aanraking. Waarom doen we dit dan zo weinig? Ondanks de overweldigende wetenschappelijke bewijzen dat aanraking heilzaam is en reductie geeft van pijn, angst, depressie en andere narigheid wordt aanraking als normale en wenselijke sociale communicatie ontmoedigd en als zeer ongepast en verdacht gezien in vele westerse landen. Het vasthouden van elkaars hand geeft brain coupling en daardoor een aanzienlijke reductie in pijnbeleving schrijven Pavel Goldstein en collegae in hun artikel Brain-to-brain coupling during handholding is associated with pain reduction (PNAS2018; 115: E2528-E2537).

Een gemeende aanraking of het empathisch vasthouden van elkaars hand is dus een gratis en prachtige gift aan diegene die wij liefhebben. Bizar dat we dat zo weinig doen.

IMG_1696
Photo: Ebony Finck, Australia

Bejaarden in verpleeg- en verzorgingshuizen hebben momenteel huidhonger. Zij willen aangeraakt worden. Door hen die zij liefhebben. Hun warmte en huid voelen. En dan werkelijk huid op huid contact, niet met een rubber handschoen daartussen. Het moet toch mogelijk zijn om dat werkelijke huid-op-huid contact te bewerkstelligen? Bijvoorbeeld door grondige desinfectie van beide handen.

Schermafbeelding 2020-05-24 om 15.27.53

De foto hierboven waarbij een 100-jarige man de hand van zijn 96-jarige vrouw niet wil loslaten ontroert mij enorm, wat een schoonheid. Maar het maakt mij ook diep somber als ik mij realiseer dat mannen en vrouwen die hun leven lang samen zijn geweest in het finale moment van hun relatie momenteel in quarantaine elkaars hand niet meer mogen en kunnen vasthouden. Ook niet aan het einde van hun leven.

Ik pas mij momenteel aan aan de huidige noodzaak van geen handen geven.  Maar tegelijkertijd verwijt ik het mijzelf niet als ik mijzelf soms vergis. Omdat ik het niet geven van een hand echt als abnormaal wil blijven zien. Ik pas mij nu volgzaam aan, maar tijdelijk. Wel neem ik na het bij vergissing geven van een hand de aanvaarde maatregelen en reinig mijn handen grondig.

Ik maak mij grote zorgen over het langdurig ‘normaal’ gaan vinden van een van de meest respectvolle en gelijkwaardige handelingen die mensen door de eeuwen heen gewoon en wenselijk hebben gevonden, en dat nu niet meer zullen doen. Mensen die nu stellen het wel prettig te vinden dat ze niet meer aangeraakt worden en geen handen meer moeten geven. En dit graag als normaal zouden zien. Zij die zeggen dat het ‘handen geven’ niet meer van deze tijd is. Wat een armoede zou dat zijn.

Het niet geven van een hand voelt voor mij als veel meer dan anderhalve meter afstand. Fysiek en emotioneel.

 

 

Voortijdig overlijden en psychisch leed door quarantaine en sociale isolatie

Social-Isolation-Depositphotos_178958244_s-2019

‘A sad soul can kill you quicker than a germ’

John Steinbeck in Travels with Charley: In search of America, 1962

 

Het isoleren van individuen uit de samenleving wordt gedaan om verschillende redenen. Bijvoorbeeld misdadigers worden in gevangenissen voor bepaalde tijd geisoleerd van de rest van de samenleving. Hun misdaad tegen de samenleving was te groot om hen onder ons te houden. Ook patiënten met ernstige psychiatrische stoornissen die een gevaar opleveren voor anderen en voor zichzelf kunnen worden geïsoleerd in een isoleercel in een ziekenhuis of inrichting. Patiënten met een besmettelijke infectieziekte worden geïsoleerd van mensen die de infectieziekte niet hebben. In het laatste geval wordt getracht dat gezonde mensen ziek worden te voorkomen. Dit laatste is gedaan met patienten met zekere COVID-19 of met een sterke verdenking daarop.

Quarantaine is een vorm van separatie en een opgelegde restrictie aan vrijheid van mensen die weliswaar niet ziek zijn maar waarvan men wil voorkomen dat zij ziek worden door een besmettelijke ziekte. Het wordt ook wel omgekeerde isolatie genoemd. Ook zieke mensen kunnen in omgekeerde isolatie worden verpleegd en behandeld. Bijvoorbeeld patienten met een sterk verminderde weerstand, bijvoorbeeld door leukemie, worden omgekeerd geïsoleerd. Men wil voorkomen dat ziekmakende micro-organismen hen bereiken en ziek(er) maken. Ook worden mensen die door leeftijd en/of chronische lichamelijke gesteldheid vatbaarder zijn voor besmetting en bij infectie zieker worden dan gezonden en het risico lopen aan de infectie te sterven in quarantaine geplaatst. Dit laatste is in Nederland de laatste twee maanden gedaan bij ouderen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Oude mensen bleken door de toestand van hun afweer veel vatbaarder voor het coronavirus en als zij COVID-19 kregen was de sterfte onder hen groot. Waar jonge mensen na infectie een paar dagen hoesten en wat koortsig waren, stierven oude mensen snel en geraakten mensen met onderliggende ziekten op de intensive care aan de beademing.

Sociale isolatie en quarantaine worden algemeen gezien als een groot goed, want immers de twee grote vijanden, ziekte en dood, worden hiermee de pas afgesneden. Omdat alle ouderen in de tehuizen, zonder uitzondering, worden geïsoleerd, lijkt het alsof ervan uitgegaan kan worden dat oude mensen kwantiteit in jaren belangrijker vinden dan kwaliteit van sociale interactie. Het lijkt alsof de dood een altijd te bestrijden vijand is. Dat dit niet zo vanzelfsprekend is bleek de laatste weken door hartverscheurende verhalen van verkommerende bejaarden die hun (klein)kinderen en andere dierbare in het geheel niet meer mochten zien. Fysiek contact was helemaal uit den boze. Er heerste een hongersnood in de huizen, geen nood aan voedsel, maar aan fysiek huidcontact en aandacht. De arme ouderen moesten maar volhouden was het, voor mij, onbegrijpelijke credo. Isolatie zonder consent. Quarantaine zonder zelfbeschikking of een eigen keuze. Oude mensen die ons land na de tweede wereldoorlog wel hebben opgebouwd worden onmondig sociaal geïsoleerd van alles wat hen in het leven nog rest.

Het is al lang bekend dat quarantaine en afgedwongen isolatie  altijd een negatieve ervaring is voor diegenen die het moeten ondergaan. Het verlies van vrijheid, autonomie, de gedwongen separatie van geliefden, het ontberen van lichamelijke aanraking, verveling en onzekerheid over de duur van de isolatie kunnen werkelijk een dramatisch effect hebben op de psychische gesteldheid van mensen.

Zo blijkt de duur van de quarantaine van belang. Tijdens een SARS uitbraak bleek dat mensen die gedwongen langer dan tien dagen in quarantaine verbleven een significant hogere kans hadden op langdurige stress gerelateerde stoornissen dan zij die korter dan tien dagen in quarantaine verbleven (Hawryluck et al. SARS control and psychological effects of quarantaine. Gepubliceerd in: Emerging Infectious Diseases 2004; 10: 1206-1212). Oude mensen zitten in veel gevallen al bijna twee maanden in quarantaine in Nederlandse verpleeg- en verzorgingshuizen.

Oude mensen met cognitieve beperkingen, zoals dementie, worden nu geïsoleerd van hun naasten. Velen zijn daarvan ernstig in de war. Zij snappen niet dat hun geliefden hen niet meer bezoeken. Familieleden zijn hier radeloos onder. Onderzoek heeft juist laten zien dat sociaal geïsoleerde mensen met cognitieve en psychiatrische ziekten tijdens een MERS uitbraak 4-6 maanden na het opheffen van de quarantaine nog steeds angstig en ontstemd zijn (Jeong et al. Mental health status of people isolated due to Middle East respiratory syndrome. Gepubliceerd in Epidemiology and Health  2016; 38: e2016048).

In vele studies zijn de negatieve psychologische effecten van isolatie en quarantaine gevonden en beschreven (onlangs samengevat door Samantha Brooks et al. The psychological impact of quarantaine and how to reduce it: rapid review of the evidence. Lancet 2020; 395: 912-920). Zij beschrijven dat de hopeloosheid van de geïsoleerden tijdens de quarantaine vanzelfsprekend (‘unsurprising’) is, maar dat het werkelijk zeer zorgelijk is dat de negatieve psychologische effecten zich maanden tot jaren later nog kunnen uiten.

Als ik in hun review lees dat: ‘Longer quarantaine is associated with poorer psychological outcomes’ en dat de auteurs adviseren de isolatie zo kort als mogelijk te houden (maximaal 10 dagen), dan voel ik de rillingen over mijn rug wetende dat de meesten al bijna twee maanden zijn geïsoleerd van hun dierbaren. Vandaag werd duidelijk dat ‘als proef’ in een verzorgingshuis, naasten met mondkapjes op één uur per week op bezoek mogen komen. Eén uur per week!! Mijn god!

Niet alleen zijn negatieve psychologische effecten overduidelijk, ook lichamelijk heeft sociale isolatie een negatief effect. Matthew Pantell en collegae beschreven in hun artikel ‘Social isolation: a predictor of mortality comparable to traditional clinical risk factors’ (American Journal of Public Health 2013; 103: 2056-2062) dat mensen in sociale isolatie een veel hogere kans hebben op overlijden dan vergelijkbare mensen die niet geïsoleerd zijn. Eerder was dit al beschreven door Julianne Holt en collegae in PLosMedicine (2010; 7: e1000316) (Social relationships and mortality risk: a meta-analytic review). Zij reviewden 146 wetenschappelijke studies en vonden een 50% hogere kans op overlijden bij sociaal geïsoleerden. Zij onderzochten later ook het effect van eenzaamheid op sterfte (Loneliness and social isolation as risk factors for mortality: a meta-analytic review. Gepubliceerd in Perspectives on Psychological science 2015; 10: 227-237).

Als mannen regelmatig door dierbaren werden bezocht daalde het risico met bijna 30% op een hartinfarct  (Eng et al. Social ties and changes in social ties in relation to subsequent total and cause-specific mortality and coronary heart disease incidence in men. American journal of epidemiology 2002; 155; 700-709).

Door quarantaine en sociale isolatie wil men in de coronacrisis voorkomen dat mensen geïnfecteerd worden met het virus en ziek worden. Daarbij wordt over het algemeen uitgegaan dat de weerstand van de geïsoleerden gelijk blijft door de maatregel. Dit blijkt echter in het geheel niet te zien.  Sheldon Cohen en collegae onderzochten of sociale verbintenissen met familie, vrienden, werk en samenleving geassocieerd waren met een verhoogde kans om ziek te worden van besmetting met twee verschillende rhinovirussen, virussen die verkoudheid veroorzaken.  Zij testen dit bij 276 gezonde vrijwilligers. Zij vonden dat hoe meer sociale en emotionele verbintenissen de proefpersonen hadden, des te resistenter zij waren tegen het virus. Zij publiceerden hun bevindingen in het toonaangevende tijdschrift JAMA (Social Ties and Susceptibility to the Common Cold, JAMA 1997; 277: 1940-1944).

Ik heb géén wetenschappelijke studies kunnen vinden waarin gesteld is dat quarantaine en sociale isolatie géén of minimaal negatief effect hebben op de psychische en lichamelijke gezondheid. Allen (!) beschrijven ingrijpende negatieve effecten.

Men wil met de gedwongen quarantaine en sociale isolatie voorkomen dat ouderen en kwetsbaren ziek worden en komen te overlijden. Het lijkt, alle wetenschappelijke studies hierover lezend, er veel meer op dat de isolatie en quarantaine juist dodelijk voor hen zijn. Er is oversterfte in de verpleeg- en verzorgingshuizen die niet direct COVID-19 gerelateerd is.

Ik word hier triest van en twijfel of we hier later nog neutraal naar kunnen terugkijken.

Beleefdheid

Schermafbeelding 2019-03-07 om 14.10.38

In de NRC van 2-3 maart 2019 stond een artikel van Alma Mathijssen met als titel: ‘Ik kan zélf mijn jas wel aantrekken’. In de ballon boven het artikel staat: ‘OPINIE. Seksisme’.

Alma omschrijft in dit artikel hoe een man haar, ongevraagd, behulpzaam was met het aantrekken van haar jas. Haar eerste impulsieve gedachte was ‘dat kan ik als volwassen vrouw wel zelf’ maar dan ‘is het al te laat’. De behulpzame man wipt ook haar staart nog uit haar kraag. Zij vraagt zich af of de bedoelingen van behulpzame mannen wel zo oprecht en zuiver zijn als algemeen wordt aangenomen. Alma stelt dat als mannen alleen maar vrouwen (en dus geen mannen) helpen met het aantrekken van hun jas dat dit ‘een vorm van seksisme’ is. ‘Seksisme’ geeft bij mij een nare smaak van discriminatie en onderdrukking op basis van geslacht. Alma wil er niet ‘dagelijks aan herinnerd worden dat zij vrouw is’. ‘Ik hoef er niet continue herinnerd te worden aan het feit dat ik een vagina heb,’ zo stelt zij. Om haar ongenoegen en walging over de oprechte galante daad van de man te uiten trekt zij gore bekken naar anderen zonder dat de behulpzame man het ziet.

Alma pakte het boekje ‘Hoe hoort het eigenlijk’ van Amy Groskamp-ten Have uit 1939 erbij waarin omschreven staat hoe mannen zich ten opzichte van vrouwen moeten gedragen. Etiquette heet dat in het algemeen. Gedragsregels voor in het openbaar verkeer. Deuren ophouden voor een vrouw, haar zware tassen dragen, rechts van haar gaan lopen, voor haar de trap oplopen (als zij rok of jurk aan heeft), een paraplu boven haar houden als het regent, de deur van een auto voor haar openen bij in- of uitstappen, een stoel aanschuiven, enzovoort enzoverder. Volgens Alma allemaal ‘voorschriften die uitgaan van een zwak onnozel impotent vrouwtje’. Alma wil vriendelijkheid niet de wereld uit hebben, maar er moet in de uitingen van vriendelijkheid geen onderscheid in geslacht zijn. Sommige van de voorschriften van Amy Groskamp-ten Have worden dan wel wat wonderlijk (waarom zou ik de tassen van een jonge, veel krachtiger man gaan dragen en waarom moet ik voor hem op de trap lopen (tenzij hij een kilt draagt)).

Schermafbeelding 2019-03-07 om 14.11.38

Het helpen aantrekken van een jas maakt Alma vervolgens aanvaardbaar (als mannen maar zowel mannen als vrouwen en vrouwen zowel mannen als vrouwen in de jas helpen) maar is, volgens haar, ook een verdachte en verwerpelijke handeling (‘Wilt u de persoon in kwestie in de jas helpen zodat u even aan die mens kan ruiken of kunt aanraken? Dan mag u helaas niet helpen, tenzij het overduidelijk is dat de persoon hierop zit te wachten’).

Haar insteek (mannen en vrouwen gelijk behandelen) is wellicht nog aanvaardbaar, maar de onaangename ondertoon (het is seksisme en perverselingen willen aan jassen en vrouwen ruiken en nekken aanraken) is ridicuul en gaat voorbij aan het fatsoen en beschaafdheid van vele mannen. En gaat voorbij aan evolutionair bepaalde interesse van mannen in vrouwen (biologisch bezien erg handig).

Mijn hele volwassen leven, nu zo’n veertig jaar, heb ik vele honderden vrouwen in hun jas geholpen, ik heb voor vele duizenden vrouwen een (auto)deur opengehouden, ik ben (indien zij een rok of jurk droegen) honderden van hen voorgegaan op de trap. Als mijn echtgenote op zaterdagochtend terugkomt van boodschappen doen en ik hoor haar auto aankomen, dan ga ik, al jaren en elke week weer, naar buiten om de volle boodschappentassen naar binnen te dragen. Ik heb diverse keren voor een vrouw een lekke band verwisseld.  En zo heb ik vele, vele andere beleefdheid getoond naar vrouwen. En nog nooit, werkelijk nog nooit, heeft een vrouw daar afwerend of achterdochtig op gereageerd. Sterker nog, zonder uitzondering bedanken zij mij hiervoor en reageren (verrast) aangenaam getroffen. Ik help soms, maar zeer zelden, een man in zijn jas. Ik houd voor zowel mannen als vrouwen een deur open. Ik draag nooit tassen van mannen. Lekke banden verwisselen, dat doen die mannen zelf maar. Ben ik nu een ranzige seksist?

Schermafbeelding 2019-03-07 om 14.05.11

Haar mening, zoals verwoord in de NRC, is, durf ik te stellen, echt wel afwijkend en gezocht. Waarom is zij zo achterdochtig naar de goedbedoelde handelingen van fatsoen? Ik ga daar hier niet over speculeren.

Mijn vader heeft mij, lang geleden, geleerd dat galant zijn naar vrouwen een teken van beschaving, respect en fatsoen was. Zo heb ik mij dat ingeprent en zo handelde ik mijn gehele leven en zo zal ik blijven handelen tot mijn dood toe. En het heeft mij altijd veel gelukkige momenten opgeleverd. In een tijd waarin iedereen alleen maar wezenloos op mobiele telefoons zit te loeren op zoek naar iets, waarin hufterigheid, respectloosheid en achterdocht steeds algemener worden is het fijn om aardig en galant te zijn naar anderen en daarvoor dan oprechte waardering te ontvangen. Niets zal mij er dan vanaf houden om mij galant en voorkomend naar (met name) vrouwen te gedragen. Mannen verwachten dit galante gedrag niet van andere mannen en het is daarom ook niet nodig. Maar hufterig gedrag is onnodig en verwerpelijk. Vele malen heb ik meegemaakt dat jonge, hoogopgeleide, mannen en vrouwen niet achterom kijken en de deur pal voor je neus laten dichtvallen. En in het verkeer, ach, dat zien we allemaal elke dag: wat een hufters. Wat een nare wereld. Ik zal dat nooit doen.

 

IMG_9484

In een prachtig geschreven en lezenswaardige boek ‘The gentlemen’s book of etiquette and manual of politeness’ van Cecil B. Hartley uit 1869 wordt een onderscheid gemaakt tussen etiquette en beleefdheid (‘politeness’): ‘There is a difference between politeness and etiquette. Real politeness is in-born, and may exist in the savage, while etiquette is the outward expression of politeness reduced to the rules current in good society. Aman may be polite, really si in heart, yet show in every movement an ignorance of the rules of etiquette, and offend against the laws of society. You may find him with his elbows upon the table, or tilting his chair in a parlor. You may see him commit every hour gross breaches of etiquette, yet you never hear him intentionally utter one word to wound another, you will see that he habitually endeavors to make others comfortable, choosing for them the easiest seats, or the daintiest dishes, and putting self entirely aside to contribute to the pleasure of all around him. Such a man will learn, by contact with refined society, that his ignorance of the rules which govern it, make him, at times, disagreeable, and from the same unselfish motive which prompts him to make a sacrifice of comfort for the sake of others, he will watch and learn quickly, almost by instinct, where he offends against good breeding, drop one by one his errors in etiquette, and become truly a gentleman’.

Er is dus, volgens Cecil Hartley, een verschil tussen aangeleerde etiquette en karakter. Maar een goed karakter geeft aanleiding tot beleefd en galant gedrag. En mannen doen dat graag naar vrouwen en vrouwen vinden het fijn om zo benaderd te worden. Dat gaat al eeuwen zo. Het is altijd vanuit karakter dat mannen attent, fatsoenlijk, respectvol en beleefd zijn naar vrouwen. Ik kan werkelijk niet inzien waarom een beleefd karakter te verwarren is met seksisme en de ranzige gedachten die Alma Mathijssen denk te zien in dit handelen.

En laten we eerlijk zijn, er zullen maar weinigen, mannen en vrouwen, vinden dat onderstaande foto net zo normaal is als een foto waarbij de man de takkenbos draagt en de vrouw erbij loopt. Ik krijg nare gevoelens naar de man op de foto.

Schermafbeelding 2019-03-07 om 14.07.34

Beleefde mannen van goed karakter van Nederland: ga alsjeblieft onvermoeid door met je oprechte respect tonen naar vrouwen. Hou de deur voor hen open, help hun met hun jas aantrekken, ga hen voor op trappen, hou een paraplu boven hun hoofd als het regent, draag hun tassen. Zij kunnen het vrijwel zonder uitzondering zeer waarderen en het maakt jou tot een goed mens. En vrouwen: jullie zijn echt geen ‘zwakke onnozele impotente vrouwtjes als jullie mannen toestaan om te helpen met je jas aantrekken of als zij je zware tas dragen of de deur voor je open houden. De mannen respecteren jullie juist! Laat je dus niet beinvloeden door ridicule artikelen zoals dat van Alma Mathijsen. Zeker in een tijd waarin individualisme, ongeïnteresseerdheid, hufterigheid en disrespect zo wijdverbreid zijn is beleefdheid zeer te verwelkomen en niet te bestrijden of ridiculiseren!