Calorische restrictie en kanker

mice

Het was in 1934 dat professor Clyde McCay (1898-1967), biochemicus, voedingsdeskundige en gerontoloog van de Cornell Universiteit in zijn artikel ‘Prolonging the Life Span’ in The Scientific Monthly (1934, volume 39, issue 5, pagina 405-414) aantoonde dat ratten die een laagcalorisch dieet te eten kregen opvallend langer leefden dan ratten die zoveel als zij wilden konden eten. Sindsdien zijn de door hem behaalde resultaten vele malen herhaald. Calorische restrictie werkt levensverlengend bij lagere diersoorten, maar ook bij muizen, ratten en rhesusapen. Waarschijnlijk ook bij mensen, maar daar is (uiteraard) geen gerandomiseerd prospectief onderzoek naar gedaan. Weliswaar dat individuen die zich strkt aan calorische restrictie houden en het als een levensstijl zien gezonder zijn en vrijwel geen tekenen van welvaartziekten vertonen. Er is veel ervaring opgedaan bij het Biosphere 2 onderzoek (1991) ingezet door de Amerikaanse arts Roy L. Walford (1924-2004).

Uit: Albert Tannenbaum. Effects of varying caloric intake upon tumor incidence and tumor growth. Ann NY Academy Science, 1947
Uit: Albert Tannenbaum. Effects of varying caloric intake upon tumor incidence and tumor growth. Ann NY Academy Science, 1947

In 1942 publiceerde de arts Albert Tannenbaum het artikel ‘The genesis and growth of tumors. II. Effects of Caloric restriction per se’ in het prestigieuze tijdschrift Cancer Research (1942; 2: 460-467). Het was een vervolg op het artikel ‘The initiation and growth of tumors. Introduction. i. Effects of underfeeding’ (gepubliceerd in American Journal of Cancer 1940; 30: 509-517). Hieruit was gebleken dat muizen die minder te eten kregen dan de controlegroep die ad libitum konden eten, minder kanker ontwikkelden. En als ze kanker kregen, dan was dat veel later dan in de controle muizen. Het ging om borstkanker, longkanker en sarcomen. Ook in de herhalingsstudies kon Tannebaum (later samen met zijn collega Silverstone) aantonen dat muizen met calorische restrictie langer leefden en minder kanker kregen.  Hij zetten alles nog eens mooi op een rijtje in het artikel ‘The dependence of tumor formation on the degree of caloric restriction (Cancer Research 1945; 5(11): 609-615). Hij wijst hierin vooral op de restrictie van inname van koolhydraten. ‘Less is more’, dat werd duidelijk.

Screen Shot 2013-10-24 at 15.28.33

De artikelen van Albert Tannenbaum zijn landmark artikelen voor de relatie tussen het ontstaan van kanker en calorische restrictie.

Screen Shot 2013-10-24 at 15.30.10

Vorige maand verscheen in The Oncologist het artikel ‘Nutrient restriction and radiation therapy for cancer treatment: When less is more’ van Colin E Champ en collegae. Zij stellen ‘Recently, there has been growing interest in investing the potential role of caloric restriction as a treatment intervention for age-related diseases, such as cancer, because an increasing body of literature has demonstrated a metabolic component to both carcinogenesis and tumor progression. In fact, many of the molecular pathways that er altered with caloric restriction are also known to be altered in cancer. Therfore, manipulation of these pathways using caloric restriction can render cancer cells, and most notably breast cancer cells, more susceptible to standard cytotoxic treatment with radiation and chemotherapy.’ In Juni 2013 verscheen in het tijdschrift Cell Cycle een soortgelijk artikel. Anthony D. Saleh en collegae publiceerden hun artikel ‘Caloric restriction augments radiation efficacy in breast cancer’. Zij vonden onder andere dat ‘…daily 30% reduction in total calories provided significant tumor regression than alternate day feeding’. Dit sluit aan op het review artikel van Rainer J. Klement en Ulrike Kämmerer van de afdeling Radiatie Oncologie van het Universiteits ziekenhuis van Würzburg in Duitsland. In hun mooie artikel ‘Is there a role for carbohydrate restriction in the treatment and prevention of cancer? (Nutrition & Metabolism 2011; 8:75, 16 pagina’s) verklaren zij dat kankercellen van zoetigheid houden, en dat zij met calorische restrictie deels ‘uit te hongeren zijn’.

Calorische restrictie en de gezondheidseffecten daarvan aan de ene kant en de explosieve toename van welvaartziekten, waaronder kanker, in een obese samenleving waarin overvloedig hoog-calorisch voedsel met veel koolhydraten waaronder veel geraffineerde suiker wordt gegeten aan de andere kant is de laatste jaren volop in de aandacht. En terecht.

nrm1616-f1

Zeventig jaar geleden zag Albert Tannenbaum dit al bij zijn muizen. Dat maakt zijn publicaties tot absolute klassiekers in de oncologische literatuur.

Voor hen die een goed, en wetenschappelijk gedegen, boek over calorische restrictie willen lezen: het boek van Arthur Everitt en collegae of de website van de CRsociety

cda_displayimage

Merchants of doubt: the Omega-3 fatty acid study in the NEJM

sardinesIn the New England Journal of Medicine (9 May 2013) the results of The Risk and Prevention Study Collaborative Group on n-3 Fatty Acids in patients with multiple cardiovascular risk factors are published. The authors conclude that in a large general-pratice cohort of patients with multiple cardiovascular risk factors, daily treatment with n-3 fatty acids (n-3FA) did not reduce cardiovascular mortality and morbidity. Study patients received one capsule daily containing 1 g fatty acids with docosahexaenoic acid (DHA) content of < 85%. This result was highly predictable as in several earlier studies is concluded that responsiveness of cardiovascular risk markers is highly dose-dependent. Anti-arrhythmic actions became evident at intakes as low as 200 mg/day, but intakes of 2-3 g per day are needed to cause a meaningful reduction in plasma inflammatory markers, arterial blood pressure and vascular function. (Musa-Velosa et al. Br J Nutr 2011). Studies indicate that n-3FA intakes of approxiamtely 1 gr/day is protective in subjects free of known cardiovascular risks at baseline (ISO et al 2006; He et al. 2004). A dose of 1 g could be considered a minimum target intake, rather than an absolute target, especially in high-risk individuals. Furthermore, cardiovascular benefits will be become clear after prolonged and higher intake, e.g. 1.8 g/day for 5 years (Yokoyama et al. 2005). And there should be a balance between n-3 fatty acids and n-6 fatty acids ( n-3:n6FA balance )

In age-adjusted analyses, fish consumption is inversely associated with the risk of chronic diseases, but this association was attenuated and no longer significant after adjusting for other risk factors and dietary habits.

The Collaborative Group did not measure n-3FA levels in plasma. It is found that significantly higher levels of docosapentaenoic acid (DPA) and lower levels of DHA were found in high-risk individuals. High DPA is linked to a deteriorated cardiovascular risk profile, high DHA with a more favourable (Garneau et al, 2013).

Higher consumption of fish oil (2-3 g/day) can be safe (Mozaffarioan & Rimm JAMA 2006) and is beneficial in reducing systemic blood pressure and systemic vascular resistance, lowering resting heart rate and improves left ventricular diastolic function. General practitioners and cardiologists could conclude, based on the results of the cohort study by The Risk and Prevention Study Collaborative Group, that recommandation of consumption of fish (oil) to high risk patients is useless, but a higher dose could be benificial. Consumption of fish (oil) should be one the aspects of a complex change in lifestyle for reducing cardiovascular morbidity and mortality.

Obviously this study was published to promote statines and to ridicule more natural methods of lowering the risk factors for cardiovascular diseases. I don’t like this, bad science. Merchants of doubts.