Oversterfte door verkommering en eenzaamheid

Schermafbeelding 2020-04-28 om 13.17.30

Een van de onderwerpen waar ik, als filosoof, veel over nadenk is ‘geluk’ en de ‘ervaring van geluk’. Ik word gelukkig door het aangaan en onderhouden van verbintenissen. In de eerste plaats met mensen. Er zijn een aantal mensen waarbij ik mij gelukkig voel. Als ik bij hen ben voel ik mij vrolijk, veilig, geborgen en ontspannen, dat ervaar ik dan als geluk en daarom koester ik alle momenten dat ik bij hen kan zijn. Ik verzamel in mijn gedachten heel bewust de herinneringen aan deze momenten en herbeleef ze in tijden dat ik niet bij hen ben of kan zijn. Een andere verbintenis die geluk genereert is de verbintenis met situaties. Vaak gaat dat samen met de verbintenis met mensen. Samen iets ondernemen, ergens heen gaan, of gewoon zwijgend samenzijn, langdurig elkaars hand vasthouden. Dat zijn waarlijk waardevolle situaties. Dit alles kan ik nu vrij gemakkelijk doen omdat ik gezond ben van geest, lijf en leden en mijn dierbaren dit ook zijn. De verbintenis met mijn gezonde lichaam, als je al over een verbintenis met je eigen lichaam kunt spreken, is cruciaal voor mijn gelukservaring. Ik kan gaan en staan waar ik wil, ik kan naar de dierbaren uit mijn inner circle toegaan en samen met hen geluk gevende ervaringen opdoen. Dat geeft wederkerig geluk. Ook word ik gelukkig van bepaalde materiele zaken, zoals bijvoorbeeld boeken.

Gaandeweg het leven onthechten mensen van geluk gevende verbintenissen. Vrienden, familieleden, partners komen te overlijden. Door gebrekkigheid en ouderdom en het ontbreken van dierbaren zijn de gelukgevende situaties niet meer vanzelfsprekend en materie wordt steeds minder belangrijk. Dat is natuurlijke onthechting. Doordat het lichaam faalt, de inner circle steeds kleiner wordt, doordat je onthecht van materie, is het contact met de enkele dierbare overblijvers veelal het enige dat nog geluk kan genereren. De rest doet er dan niet zoveel meer toe. Dit is vooral van toepassing op ouderen die door lichamelijke gebreken verzorging en verpleging moeten krijgen in de Nederlandse verpleeg- en verzorgingshuizen. Het frequent zien van hun nog levende partner, hun kinderen, kleinkinderen en nog overgebleven vrienden is dan cruciaal voor het ervaren van flarden van geluk. Je nieuwgeboren kleinkind vasthouden, een kleurplaat van een ander kleinkind ontvangen, een knuffel van je zoon of je dochter die je hand vasthoudt. Het zijn de waarlijke hoogtepunten. We weten al lang dat eenzaamheid dodelijk is en dat sommigen snel sterven aan een ‘broken heart’ als de laatste dierbare is komen te overlijden.

Op mijn blog ‘een verwacht overlijden op hoge leeftijd of een coronadode’ heb ik zeer vele reacties gekregen. Sommigen zijn zodanig dat ze mijn adem hebben doen stokken en ze bevatten woorden die langdurig in mijn gedachten blijven doordreunen. Reacties waarin situaties worden omschreven waarvan ik, als ervaren ethicus, niet zo hebben kunnen vermoeden dat ze in een welvarend land als Nederland zouden kunnen voorkomen. Zoals de hartverscheurende reactie van Jeannine die ik gisteren ontving:

“Vorige week:
Mijn moeder van 94 jaar mag ik niet bezoeken, met face bellen zien ik 3 personen van personeel bij haar staan, een activiteiten begeleidster, een ergotherapeut, en een man van de technische dienst, …maar ik mag haar al 6 weken niet bezoeken … Ze ziet er treurig uit, de tranen lopen over haar gezicht, ze kan amper meer uit haar woorden komen, fysiek letterlijk in elkaar gestort, wil niet meer eten, haar haren als slierten rond haar gezicht, … Ze kreeg dagelijks bezoek van één van haar kinderen, …en nu … Hoe zo sterven aan corona, …ze gaat dood aan verlatenheid en afzondering, omgeven door goedbedoelde voor haar naamloze vreemden ( dat mag wel), …als dit doorgaat gaan we misschien niet direct dood aan corona maar zeker wel aan ontmenselijking …!!!

Vandaag 27 april 2020:
Heel persoonlijk weet ik en toch, het moet maar de wereld in:
Het laatste nieuws met betrekking tot mijn moeder, ze eet en drinkt niet meer, ligt de hele dag op bed, heeft een katheter in die beperkt functioneert, heeft al dagen geen ontlasting, heeft een stinkende decubitus wond. Op mijn vraag of we nog langer moeten wachten is het antwoord dat de leiding beslist of we haar mogen bezoeken. Deze is vandaag echter niet aanwezig, of ik morgen terug kan bellen.

En echt ik begrijp dat de mensen aan het bed hun uiterste best doen.

En voor de duidelijkheid mijn moeder heeft GEEN corona !!!

Mijn broer en zus wonen heel dicht bij haar en gingen dagelijks op bezoek, ze is gewoon weggekwijnd …
94 jaar oud en je komt zo aan je einde … Ik heb hier geen woorden meer voor …”

Dit is een voorbeeld een door corona-regels afgedwongen, onmenselijke, onthechting. Een beschrijving van ontreddering van dierbaren die dit moeten meemaken. En dit alles om te voorkomen dat het virus de ouderen pakt en eventueel zal doden, daarom laten we hen in eenzaamheid en verkommering sterven. Ik begrijp de achterliggende gedachte om het virus te beheersen heel goed, maar dat maakt de handeling niet minder onmenselijk.

Kranten schrijven dat er in de laatste weken een grote oversterfte in Nederland is. Grafieken laten onheilspellende stijgende rode lijnen zien Er zouden veel meer mensen zijn overleden dan te verwachten was. De boosdoener is, uiteraard, het coronavirus en COVID-19. Waar zouden ze immers anders aan dood zijn gegaan? Anders valt dit toch niet te verklaren? Het lijkt wel alsof COVID-19 het enige is waar mensen in deze tijd aan komen te overlijden. Maar niet elke onverwachte dode is een direct ‘coronaslachtoffer’. Het CBS turft niet de overledenen die in verzorgingstehuizen en verpleeghuizen sterven door verkommering, wegkwijning, eenzaamheid en gedwongen isolatie van alles wat het nog in het leven restte en wat hen nog geluk gaf, zoals de moeder van Jeannine. Deze ‘oversterfte’ wordt niet bijgehouden, maar die is er wel degelijk en kan een aanzienlijk aantal overledenen in de oversterfte van de laatste weken verklaren. Het ware aantal zullen we nooit weten. We kunnen er alleen maar van weten doordat ontredderde naasten hun verhalen aan ons vertellen, verhalen waarvan de criticasters zullen zeggen dat het incidenten en uitzonderingen zijn.

 

 

 

De wereld die er toe doet is ver weg….

shutterstock_997732

Vandaag zag ik een bericht over ‘het opheffen van het bezoekverbod’ in Franse verzorgingshuizen omdat: ‘….de directies van de tehuizen bang zijn dat hun kwetsbaarste bewoners zouden sterven van verdriet, als ze hun familie niet meer konden zien. Er was wel een restrictie aan het bezoek: twee naasten per keer die beschermende kleding en materiaal dragen en zij mogen hun dierbare niet aanraken.

In Nederland wordt het bezoekverbod vooralsnog niet opgeheven, ondanks alle vreselijke verhalen over isolement van ouderen.

Zeventien jaar geleden interviewde Hans van Dam de Nederlandse schrijver en tekenaar Marten Toonder (1912-2005). Marten Toonder vertelde in dit interview dat als je op hoge leeftijd in de eindfase van je leven bent gekomen je degenen waarvan je tijdens je leven hebt gehouden en die van jou hielden ‘vreselijk mist’. De herinnering aan hen bestendigt dagelijks dit zoete gemis. ‘Wat ze hebben gezegd, gedaan en bedoeld krijgt steeds meer betekenis,’ stelde Marten Toonder.

Veroudering is onthechting. Geleidelijke onthechting van het leven. Onthechting van de aangegane verbintenissen met mensen, materie, situaties en je lichaam. Onthechting op oudere leeftijd is geleidelijk sterven zowel geestelijk, lichamelijk als sociaal. Afsluiten. Marten Toonder verweet jongeren niet te luisteren naar ouderen. Hij noemde het een minachting van ouderen. De jongeren gebieden ouderen: ‘Gij zult leven’ zo stelde hij. Zij blokkeren de uitgang van het leven.

Het mooie interview met deze wijze en erudiete man heb ik nooit vergeten. In colleges en lezingen over verbintenissen heb ik het vaak gememoreerd. De laatste weken moet ik weer vaak aan hem denken bij de berichten over de gedwongen isolatie van oude mensen in verpleeg- en verzorgingshuizen. Zijn uitspraak ‘Gij zult leven’ komt daarbij dan vaak in mijn herinnering. Om te voorkomen dat ouderen besmet raken met het coronavirus, waardoor zij COVID-19 kunnen ontwikkelen en waaraan zij kunnen komen te overlijden, wordt al het bezoek verboden. De partners waarmee zij hun hele leven hebben geleefd, hun kinderen en kleinkinderen, (de laatste nog levende) vrienden en vriendinnen; zij worden allen geweerd. Niemand mag er meer in. Dat ik daarbij moet denken aan de uitspraak van Marten Toonder: ‘Gij zult leven’ zal voor velen niet vreemd klinken. Want de dood is klaarblijkelijk onwenselijk. Maar ik denk ook aan zijn woorden over de zoete herinnering aan dierbaren, een gemis dat zij dagelijks ervaren als een, in zijn woorden, ‘vreselijk’ gemis. De inner circle van veel bejaarden is gedurende de jaren van onvermijdelijke onthechting  meestal zeer klein geworden. Zij voeden zich nog met de aanwezigheid van deze levenden, die zij nu in afgedwongen afwezigheid moeten missen, maar die in het ‘precovidium’ hen nog vrijelijk mochten bezoeken. De aanwezigheid van de laatste levende verwanten en dierbaren is, nu dat van overheidswege niet meer mag, de laatste weken voor velen een vreselijk gemis door afwezigheid geworden. En dit gaat nog weken aanhouden. Dat ouderen hun dierbaren moeten missen maakt velen van hen ontredderd, geïsoleerd, gedeprimeerd en vervuld van gevoelens van hopeloosheid. Over dit universele mechanisme hebben duizenden psychologen al vele jaren geschreven.

Ook heb ik de laatste dagen moeten denken aan de korte indrukwekkende, tien minuten durende, film van Peter Collins, een gevangene die dertig jaar in geïsoleerde gevangenschap verkeerde, en daar op 53-jarige leeftijd overleed. Op een moment, in zijn cel, dacht hij dat hij door zijn vrouw werd aangeraakt. Hij had vlak daarvoor zijn ogen gesloten in een poging om te ontsnappen aan de brute opgelegde realiteit toen hij haar vingers op zijn been voelde. Hij opende verbijsterd en opgewonden zijn ogen om dan te zien dat er een vlieg op zijn been liep. Hij was zo gretig naar het gevoel van tedere aanraking dat hij zijn ogen weer sloot en zich inbeeldde dat het lopen van de vlieg over zijn huid de aanraking door zijn vrouw was. Hij vreesde ‘isolation induced correctional dementia’ een vorm van dementie die door sociale en emotionele isolatie wordt veroorzaakt.  Maar, de wereld was zo ver weg dat niets hem meer interesseerde. Hij koesterde ‘zijn’ vliegen en lokte ze door bloed op zijn huid te smeren. Zijn honger naar tedere aanraking als gevolg van het gedwongen isolement was overweldigend. De vliegen werden een surrogaat voor de werkelijke aanraking door zijn vrouw.

PCollins
Peter Collins (1961-2015)

Het Franse besluit om bezoek weer toe te laten bij de geisoleerde ouderen is een goede stap in de richting, maar nog steeds mogen de oude mensen niet door hun dierbaren worden aangeraakt. Aanraking door een ander is voor velen een levensbehoefte. Gisteren schreef Marlies Rattink in reactie op een eerdere blog van mij: ‘We kunnen mensen in leven willen houden. Maar leven betekent niet een kloppend hart en longen die werken, leven is samen delen, aangeraakt worden, lief hebben. Anders kan je net zo goed dood zijn.’

En de bewoners van de Franse verpleeg- en verzorgingshuizen, zij zien hun dierbaren met mondkapjes, beschermende hoofdkappen, beschermbrillen en isolatieschorten aan en daarin verschillen hun dierbaren niet van de hulpverleners. En wij weten dat juist ouderen met cognitieve achteruitgang moeite hebben gezichten te onthouden. Wie zijn zij achter de spatbrillen en mondkapjes. Werkelijke connectie met zij die ertoe doen is dus niet te maken. Het gemis aan wat hen nog restte, de aanwezigheid en de fysieke aanraking door hun dierbaren, zal door vele ouderen worden ervaren als finale onthechting van het leven. De ernstige honger aan liefde en aanraking is funest. Er is een hongersnood gaande in de verpleeg- en verzorgingstehuizen. Ook al is de opgelegde isolatie maar voor kort, slechts weken, slechts maanden, de impact kan enorm en catastrofaal zijn voor het individu. Dat te realiseren maakt mij oprecht triest.

Schermafbeelding 2020-04-22 om 18.30.10

Het ‘nieuwe normaal’ of een ‘tijdelijk abnormaal’?

In 2019 overleden in Nederland 151.793 mensen. Daarvan ongeveer 20.000 mensen aan de directe gevolgen van het roken van sigaretten, waarvan 10.000 aan longkanker (een vorm van kanker die vrijwel uitsluitend door het roken veroorzaakt wordt) en zo’n 6000 mensen als gevolg van terminale COPD. Verder stierven ongeveer 9000 mensen aan een beroerte en 8500 mensen aan kransslagaderlijden. Beide ziekten worden veroorzaakt door atherosclerose, een inflammatieziekte van het endotheel van de slagaders en deze wordt vooral veroorzaakt door leefstijl gerelateerde factoren zoals de overmatige consumptie van rood vlees en zuivel. Elk jaar overlijden in Nederland ongeveer 5000 mensen aan dikkedarmkanker, een vorm van kanker die vrijwel uitsluitend in welvarende landen voorkomt, ook weer als gevolg van een ongezonde leefstijl. Zo’n 2700 mensen overleden aan de gevolgen van diabetes mellitus, waarvan het type 2 een leefstijlziekte is en zo’n 4000 mensen aan een onderste luchtweginfectie, maar, als gevolg van een heftige influenza kan dit per jaar verschillen en kan het soms (meer dan) het dubbele zijn. Ten slotte dementie, dat in Nederland jaarlijks in ongeveer 17.000 gevallen de indirecte doodsoorzaak  is. En zo kan ik doorgaan, maar ik wil alleen illustreren dat er elk jaar vele tienduizenden mensen overlijden aan een veelvoud aan ziekten waarvan er velen door gezonde leefstijl te voorkomen zouden zijn geweest. Leefstijl-gerelateerde ziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaken in de wereld. Echter wij vinden deze sterfte en de daaronder liggende ziekten klaarblijkelijk normaal. Want al jaren blijft het aantal patiënten met deze ziekten wereldwijd stijgen. Als samenleving en politiek accepteren wij dit. Geen kamervragen, geen teams van experts die de politici wekelijks bijpraten over de mogelijke beheersing van de ziekten, geen dagelijkse staatjes in de kranten over de toename van het aantal doden en er is weinig aandacht in de media.

Net als vele andere hogere dieren is de mens een sociaal dier. We verbinden ons graag met elkaar en vormen graag groepen die hetzelfde doen en wat ons plezier geeft, dat kan in een stadion naar 22 voetballende andere mensen kijken of in een clubgebouw met gelijkgezinden de karteling van zeldzame postzegels bestuderen. Sociale interactie is belangrijk voor een normale psychosociale ontwikkeling en het aangaan van relaties. Het biologische doel van het aangaan van een relatie tussen een jonge man en een vrouw is voortplanting. Jonge mensen komen voor de sociale verbintenis bij elkaar in het uitgaansleven. Ouderen komen bij elkaar om gezamenlijk naar een theater te gaan, koffie te drinken of een concert te bezoeken. Dat geeft verbinding en versterkt bestaande banden.

Ook foerageren wij graag met elkaar. Wij doen dat ook graag buitenshuis, in restaurants. Ook hier worden verbintenissen gemaakt of bevestigt. Als twee mensen verliefd zijn gaan ze vaak eerst samen uit eten. Samen eten schept verbintenis.

Mensen zoeken ook geborgenheid bij elkaar, troosten elkaar in nabijheid, voelen zich veilig bij elkaar en ervaren geluk bij elkaar. Mensen communiceren verbaal, non-verbaal, zintuigelijk en fysiek. We luisteren naar elkaar, kijken naar elkaar, en raken elkaar aan. Wij knuffelen baby’s en kinderen en we weten, sinds de experimenten van de controversiele Amerikaanse psycholoog Harry Harlow (1905-1981) dat jonge resusaapjes door sociale isolatie totaal verknipt groot werden. (Hij sloot jonge aapjes op met een metalen moederaapjes, waarvan er een met stof omwikkeld was en de andere niet. De ontredderde aapjes kozen voor de met stof omwikkelde kunstmoeder). Aanraking bleek een belangrijke factor voor hechting. Ook bij mensen. Het is een feit dat mensen graag door elkaar aangeraakt willen worden. Omhelsd, gestreeld, teder vastgehouden, gezoend, een hand op de schouder, een aai over het haar, dicht bij elkaar zitten. Aanraken is normaal. en een werkelijke levensbehoefte. Er zijn mensen die weerzin hebben om door anderen aangeraakt te worden. Dat vinden we abnormaal en we hebben er een naam aangegeven: haphefobie. Iets waarvoor behandeling geïndiceerd is. Wij weten echt al heel lang dat de mens een huidhonger en aanraakhonger heeft, de diepgewortelde natuurlijke behoefte om aangeraakt te worden.

images1.persgroep
Dat mensen elkaar aanraken en nabij zijn is normaal en moet normaal blijven

Sinds december is er een nieuw virus dat de mens ziek kan maken, het SARS-2 Corona virus dat de ziekte COVID-19 kan veroorzaken. Het zijn hoofdzakelijk bejaarden (ouder dan 70-80 jaar) die aan de ziekte overlijden en het zijn mannen van middelbare leeftijd met overgewicht en chronische ziekten onder de leden die ernstig ziek op een intensive care moeten worden opgenomen en behandeld. Daarvan overlijdt in Nederland ongeveer 10% op de intensive care.  Dat ook gezonde jonge mensen aan de ziekte overlijden is uiteraard zeer triest maar dit is gelukkig een uitzondering. Een infectie met een virus is een natuurlijke ziekte diemens en dier kunnen treffen. Al eeuwenlang overlijden mensen aan virusziekten, vaak tijdens epidemieën en pandemieën. Dat oudere mensen en mensen met onderliggende ziekten meer vatbaar zijn voor een virusinfectie is ook al heel lang bekend.

De wereld is nu in rep en roer door het virus. De indirecte, bijvoorbeeld economische, gevolgen van de pandemie zullen enorm zijn. Een economische recessie of depressie is waarschijnlijk niet te voorkomen.

De premier van Nederland, Mark Rutte, zei van de week dat ‘De anderhalve-meter samenleving het nieuwe normaal zal gaan worden’. Om te voorkomen dat mensen elkaar met het coronavirus zouden besmetten. We moeten, in ieder geval in het publieke domein, anderhalve meter van elkaar vandaan blijven. De anderhalve-meter samenleving.  Ik kan begrijpen dat je de hoeveelheid zieken en doden tijdens de top van de pandemie wil beperken, maar om te stellen dat dit daarna, als het aantal zieken en doden is afgenomen, het ‘nieuwe normaal’ is is toch wel erg bijzonder, zo niet werkelijk absurd. Normaal (in de lijn van Rutte het ‘oude normaal) is dagelijkse sociale en directe nabije interactie tussen mensen. Dat is Normaal en toch echt meer dan wenselijk om de mens psychisch, sociaal en lichamelijk gezond te houden, om duurzame relaties aan te gaan en deze te onderhouden. Dat lukt niet met anderhalve meter tussenruimte. Echt niet. Anderhalve meter afstand houden van elkaar is écht abnormaal om vele redenen. Als dat normaal wordt krijgen we totaal verknipte samenleving.

Ook buiten de coronacrisis is het normaal, hoe triest ook voor de direct betrokkenendat mensen ernstig ziek worden en aan de gevolgen daarvan overlijden. Dat hoort onlosmakelijk bij het leven en aangezien aan de voorkant dagelijks mensen geboren worden is het meer dan wenselijk dat aan de achterkant mensen doodgaan om de wereld enigszins bewoonbaar te houden. Dat wij vele ziekten kunnen beheersen en daardoor levens kunnen verlengen is een van de redenen dat de wereldbevolking zo enorm groot is.

Dat we tijdens een pandemie een paar maanden anderhalve meter van elkaar vandaan blijven om de curve van besmettingen met een virus af te vlakken is een ‘tijdelijk normaal’. Dat we na het afvlakken van de curve een samenleving willen maken waarin we het vermijden van normale sociale interactie tussen mensen normaal gaan vinden is toch écht  abnormaal.

Mark Rutte had moeten zeggen ‘de anderhalve meter samenleving is een tijdelijk abnormaal’, dat zou werkelijk recht doen aan wat mensen zijn: door en door sociale dieren met een sterke behoefte aan direct contact.

In de komende maanden zal de incidentie van COVID-19 afnemen. Maar als we ons weer meer sociaal gaan bewegen zullen er voorspelbaar weer mensen ziek worden door het coronavirus en zullen er mensen overlijden aan COVID-19. Ook na het beschikbaar zijn van een vaccin. Het virus zal, net als influenza, niet meer verdwijnen uit de wereld. COVID-19 zal een van de doodsoorzaken in Nederland zijn met seizoensgebonden toename en oversterfte. Dat zullen we echt net als de andere overlijdensoorzaken in Nederland normaal moeten gaan vinden. Want dat mensen ziek worden en doodgaan is echt onvermijdelijk, natuurlijk en, hoe raar dit mag klinken, ook wenselijk en normaal.

De komende jaren zullen, onvermijdelijk, met name oudere mensen en mensen met chronische ziekten, komen te overlijden aan een veelvoud aan ziekten, waaronder COVID-19, dát is, hoe raar dat ook klinkt, toch echt normaal. De mens is sterfelijk.

Een verwacht overlijden op hoge leeftijd of een coronadode?

medium-387ac418aa34c9fc10c045ce5c3b658a282f4776

Er was ooit een tijd dat mensen doodgingen aan ouderdom. ‘Died of old age’. Als iemand een bepaalde leeftijdsgrens was gepasseerd werd de dood, als einde van het leven, verwacht en in veel gevallen zelfs verwelkomd. Het menselijk lichaam heeft, zoals elk organisme, een uiterste houdbaarheidsdatum. Voor mannen ligt deze wat lager dan voor vrouwen, maar gemiddeld sterven de meeste mensen rond tachtigjarige leeftijd. Bij het ontbreken van dementie gaat de lichamelijke veroudering gelijk op met een geestelijke rijping. Veel oude mensen in verzorgingshuizen en verpleeghuizen streven geen kwantiteit na, maar kwaliteit. Wel een ander soort kwaliteit dan jonge mensen nastreven. Oude mensen ‘hoeven niet meer zo nodig’, de carrière is al lang voorbij, veel dierbaren zijn hen al in de dood voorgegaan, er is geen zucht meer naar materie, dineren in restaurants of het rusteloos bereizen van de wereld hoeft niet meer. Oude mensen willen in deze fase van hun leven vooral frequent contact met anderen, liefs met hun dierbare kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.

5523729

In veel verzorgingstehuizen en verpleeghuizen zit de man met de zeis in de recreatieruimte te wachten op zijn volgende klant. En als de bejaarde gewaar wordt van deze aanzegger van de dood, dan is er opvallend zelden verzet, maar veelal berusting. Het is voor de meeste ouderen wel goed geweest. Boven de overlijdensberichten in de kranten staat dan veelal ‘Na een welbesteed leven’; ‘Rustig is weggegleden in de dood’; ‘In de mist van Alzheimer is zij overgegaan in het licht’. Zelden is er strijd, zelden verzet, altijd berusting, veelal opluchting maar ook is er bij de nabestaanden een zoet gemis in de herinnering maar wel acceptatie.

De man met de zeis wordt bij oude mensen opvallend vaak een beetje geholpen. Een griep, een longontsteking (‘Friend of the aged’ zoals William Osler het noemde), een fatale beroerte geven velen het laatste onvermijdelijke zetje over de rand van het geleefde leven in de onvermijdelijke dood.

In de laatste weken heet de natuurlijke, te verwachten ‘dood aan ouderdom’ in veel gevallen ineens anders. Nu heet deze ‘Dood door corona’ en zijn overleden bejaarden ineens ‘Coronaslachtoffers’. Een overleden bejaarde is ineens een cijfer in de dagelijkse ronkende update van het RIVM. Deze cijfers maken in de samenleving indruk. ‘Alweer 130 Coronaslachtoffers te betreuren’. ‘Vandaag gelukkig minder Coronadoden’. Is dit het ‘nieuwe normaal’, een term waar ik toch wel wat toenemend jeuk van begin te krijgen.

Er is immers geen verschil tussen de dood door het coronavirus en andere onvermijdelijke laatste zetjes zoals influenza of de banale longontsteking. Zij komen allen in de laatste levensfase, verlopen vrijwel altijd gelijk en artsen en verzorgenden in de eerste lijn verwachten deze laatste zetjes en accepteren in samenspraak met de oude zieke en diens naasten in de meeste gevallen dit als het einde is van het aardse bestaan en sturen hen niet in naar ziekenhuizen. Dat dient immers in de meeste gevallen ook geen doel.

Voorafgaande aan de Coronacrisis hield geen enkele krant een lijstje bij van hoeveel ouderen dagelijks waren overleden aan de influenza of een banale pneumonie. Vorige week werd in de kranten gekopt dat ‘Het CBS honderden coronadoden meer zag dan het RIVM’ In de berichtgeving stond dat negen van de tien van deze overledenen ouder waren van 65 jaar.  In de statistiek van het CBS valt echter te zien dat dit dan vooral ouderen van 80 jaar of meer zijn. Het ging om de onverwachte oversterfte. Heel normaal tijdens een rondwarend virus, zoals elk jaar ten tijde van influenza. Van velen is niet vastgesteld dat infectie met het coronavirus het laatste zetje was, maar dit is wel de grote verdachte. De media schroomde niet om dit wijdlopig onder de aandacht te brengen. De coronaramp was immers nog groter dan we hadden gedacht. Het aantal doden was wellicht tweemaal zo hoog. Ik vermoed dat veel weldenkende artsen zonder te testen de dood in de laatste levensfase hadden geaccepteerd als normaal en te verwachten overlijden. Het dient echt geen doel te weten door welk virus of welke bacterie de fatale longontsteking was ontstaan.  Zelfs niet in een tijd waarin corona het hele leven blijkt te beheersen. Een ander bericht: ‘Ruim vijftig coronadoden in Rotterdamse verpleeghuizen’. De ‘Helft van de dementerende ouderen op één afdeling overleden’. Als deze dementerende ouderen aan influenza waren overleden, zoals elk jaar tijdens de seizoengriep gebeurt, dan vraag ik mij af of dat de krant had gehaald. Het is goed om te realiseren dat in de winter van 2017-2018 naar schatting tussen 9.000 en 10.000 mensen in Nederland zijn overleden aan infectie met het influenzavirus. Het betrof in de meeste gevallen ook hier ouderen. Hetgeen te verwachten was.

We leven klaarblijkelijk in een illusie van onsterfelijkheid. Zeker in tijd van corona. We willen en kunnen klaarblijkelijk niet accepteren dat oude mensen in de laatste levensfase komen te overlijden. Waaraan zij doodgaan? Dat doet er niet toe. Het was immers te verwachten. Maar, heel opvallend, niet in de tijd van corona. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (sic) gaat onderzoek doen naar sterfgevallen in het Rotterdamse verpleeghuis De Leeuwenhoek alwaar vijftien dementerende ouderen zijn overleden, vermoedelijk aan het coronavirus, maar het kon ook influenza zijn. Minister De Jonge stelde tijdens de ministerraad: ‘De signalen over deze locatie zijn natuurlijk serieus genoeg om te willen weten: wat is hier aan de hand?’. Heeft de inspectie in de winter van 2017-2018 ook onderzoek ingesteld naar de duizenden influenzadoden? Was het toen ook onderwerp van de ministerraad? Wat is er aan de hand? Dit: Oude mensen in de laatste levensfase gaan dood aan een fatale infectie door een virus of bacterie. Zoals dat al vele honderden jaren, jaar in jaar uit, gebeurt.

Om te voorkomen dat ouderen komen te overlijden aan het coronavirus (of ander virus of bacteriële luchtweginfectie) worden zij nu ineens streng geïsoleerd. Juist hetgeen waardoor zij nog kwaliteit ervaren in hun laatste levensfase dat wordt hen nu resoluut en zonder eigen inspraak afgenomen. Sociale interactie met hun geliefden moet digitaal via Skype of vanachter glas. Kleinkinderen mogen niet meer worden geknuffeld, mogen niet meer worden aangeraakt, mogen niet meer op bezoek komen, de kinderen van de ouderen mogen hen niet meer bezoeken, zoenen of omhelzen. Ik zag om een verzorgingstehuis in mijn woonplaats dreigende rood-witte linten gespannen. A place not to be. Fysieke communicatie is ineens een taboe geworden, terwijl aanraking bij ouderen zo belangrijk is. Social distancing en isolatie is voor ouderen vreselijk. Skin hunger wordt het genoemd, het schadelijk ontberen van lichamelijk contact. Anderhalve meter (en meer) distantie zal voor velen fataal worden doordat zij ontredderd verkommeren in isolement. Dementerenden zullen echt niet begrijpen waarom hun geliefden niet meer op bezoek komen. Een humanitaire ramp voltrekt zich momenteel in het rusteloos streven om het aantal coronadoden zo laag mogelijk te houden. Begrijp mij goed, elk overlijden van een dierbare is voor de naasten een amputatie, maar in de laatste levensfase is het iets waar wij ons wel op kunnen voorbereiden. Onsterfelijkheid is écht een illusie. Daar moeten we ons veel meer van bewust zijn en laten we een medemens die op hoge leeftijd komt te overlijden niet kil statistisch verwerken als een ‘coronadode’ maar als een natuurlijk en te verwachten overlijden na een lang leven.  Boven het overlijdensbericht moet geschreven worden: ‘Na een welbesteed leven is rustig op hoge leeftijd overleden’ maar laat dat overlijden dan om basale humanitaire redenen wel plaats vinden in de aanwezigheid van hen die er voor de oudere nog toe doen. Ik moest denken aan het prachtige lied van Claudia de Breij ‘Mag ik dan bij jou’. Zij eindigt met:

Als het einde komt
En als ik dan bang ben
Mag ik dan bij jou?
Als het einde komt
En als ik dan alleen ben
Mag ik dan bij jou?

Gaan wij dit mensen onthouden?

Zorgwoordvoerder-Vrees-voor-grote-uitbraak-in-verzorgingshuizen-in-de-regio-Zwolle-Foto-iStock