Kanker en intensive care opname: wordt eerder afgezien van reanimeren?

Opname op een intensive care kan nodig zijn om levensbedreigend falen van organen te ondervangen. Bijvoorbeeld met mechanische beademing. Een groot deel van de acuut op een intensive care opgenomen patiënten hebben al een of meer chronische ziekten onder de leden. Dit kan de behandeling en de uitkomst van de behandeling beïnvloeden. Hoe meer onderliggende chronische ziekten (zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten, COPD) een patiënt heeft, hoe gecompliceerder de behandeling kan verlopen en hoe slechter de uitkomst is. Ongeveer 15-20% van op de intensive care opgenomen patiënten komt daar te overlijden. Het grootste deel (85-90%) nadat de ingestelde behandeling gestaakt wordt. 

Kanker en de noodzaak om acuut op een intensive care behandeld te moeten worden brengt twee ernstige levensbedreigende situaties bij elkaar. Is behandeling voor een acute aandoening, zoals een ernstige infectie, voor een patiënt zonder kanker al een grote aanslag op overleving en kwaliteit van leven, in combinatie met kanker is dat zeker het geval. Vandaar dat er hulpverleners (intensivisten, oncologen, ic-artsen en ic-verpleegkundigen) zijn die hun wenkbrauwen fronsen als er een kankerpatiënt voor acute intensive care behandeling wordt aangeboden. ‘Kanker’ heeft, ondanks dat veel soort kanker tegenwoordig goed te behandelen zijn, de behandeling vaak minder ingrijpend is dan vroeger, en een belangrijk percentage genezen kan worden of langdurig gestabiliseerd kan worden, nog steeds een naar stigma. ‘Van kanker ga je dood en als je dan ook nog acuut op de intensive care behandeld moet worden, dat is zinloos of disproportioneel,’ zullen velen nog steeds zeggen. 

Esther van der Zee, arts-promovendus op de intensive care van het Erasmus MC in Rotterdam, de intensivisten Jelle Epker, Jan Bakker en Dominique Benoit en ik onderzoeken dit stigma en bekijken of de diagnose ‘kanker’ of ‘kanker gehad hebben’ invloed heeft op besluitvorming ten aanzien van wel- of niet op de intensive care behandelen en wel- of niet reanimeren. 

In 2017 werden op de intensive care van het Erasmus MC in Rotterdam 2486 patiënten opgenomen waarvan 1046 (42%) acuut en ongepland. Hiervan leden 125 (12%) van de patiënten op het moment van opname aan kanker en werden daarvoor behandeld en waren 76 (7,3%) patiënten (recent) genezen verklaard na behandeling voor kanker. De meeste opgenomen kankerpatiënten (81%) hadden een zogenoemde solide tumor (bijvoorbeeld longkanker (10%), darmkanker (14%), galblaaskanker (8%), slokdarmkanker (11%)) en 19% had een vorm van bloedkanker (leukemie of een lymfoom). 

Wij hebben in deze selecte groep patiënten gekeken hoe vaak besloten werd om tijdens de behandeling op de intensive care de behandeling te beperken. Afgelopen week publiceerden wij de resultaten in het Journal of Intensive Care Medicine (PDF). 

Voorafgaande aan de ic-opname had 25% van de patiënten met actieve kanker een beperking in behandeling. Wij keken naar een vergelijkbare groep patiënten zonder actieve kanker. Hiervan had 7% voorafgaande aan de opname een behandelbeperking. Dit verschil kan te maken hebben met de inschatting of een patiënt met actieve kanker de ingrijpende intensive care behandeling wel zou kunnen overleven of dat de primaire behandeling voor kanker vooral palliatief bedoeld is en niet curatief gericht. Desondanks werd besloten de patiënt met een acuut medisch probleem op de intensive care op te nemen en te gaan behandelen.

Nadat de patiënt met actieve kanker op de intensive care was opgenomen werd bij 30% tijdens multidisciplinair overleg het besluit genomen de behandeling te beperken (bijvoorbeeld om niet meer reanimeren bij de hartstilstand of om niet meer dialyseren bij het falen van de nieren). Dit was 18% bij een vergelijkbare groep patiënten op de intensive care zonder kanker. Opvallend was dat de beslissingen in alle gevallen genomen waren door de behandelaars en in geen enkel geval op verzoek van de patiënt zelf. Het verschil is opmerkelijk omdat patiënten met kanker op de intensive care veelal niet zieker zijn dan patiënten zonder kanker. Doorgaans wordt prognose bij niet-kanker patiënten gunstiger ingeschat dan bij patiënten met kanker. Dit zou mee kunnen spelen in de besluitvorming.

Het verschil in behandelbeperkingen tussen patiënten met en zonder actieve kanker is opvallend. De beslissingen om de behandeling te beperken zijn in alle gevallen tijdens een multidisciplinair overleg genomen maar artsen moeten beducht zijn op het stigma dat nog altijd aan kanker kleeft. Het zou aanleiding kunnen geven tot stigmatisering en onbedoelde discriminatie. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s