De paarden van Adolf Hitler

In februari 2019 verscheen bij de Boekerij het boek ‘De paarden van Hilter’ geschreven door de zelfbenoemde ‘kunstdetective’ Arthur Brand. De ondertitel van het boek is ‘Hoe de kunstdetective zijn sensationele ontdekking deed en wereldnieuws werd’.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 22.08.27

De paarden van Adolf Hilter’: waar gaat dat over? Adolf Hilter had meerdere beeldhouwers, waar onder Arno Breker (1900-1991), Georg Kolbe (1877-1947), Fritz Klimsch (1870-1960), Richard Scheibe (1879-1964) en Adolf Wamper (1901-1977) en Josef Thorak (1889-1952), opdracht gegeven om grote beelden te vervaardigen die de ideologie van het nationaal socialisme uitbeelden.

 

 

Schermafbeelding 2019-03-31 om 08.49.36

Schermafbeelding 2019-03-31 om 08.47.02

Voor de Oostenrijkse beeldhouwer Josef Thorak werd in 1938 met geld van de NSDAP een 17 meter hoog atelier gebouwd in Baldham bij München waar hij zijn immense beelden kon bouwen. Vanaf 1937 maakte Thorak beelden voor de Neuen Reichskanzleiin Berlijn. Ook Arno Breker maakte immense beelden, zoals Partei en Wehrmacht en vijf beelden voor de ronde zaal: Wager, Wäger, Anmut, Psyche en Eros. Thorak maakte drie grote bronzen beelden van paarden, de ‘Schreitenden Pferde’. Twee paarden zouden bij het Gartenfront van de Neuen Reichskanzlei komen te staan.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 22.38.55
Een van de Schreitenden Pferde bij de Reichskanzlei, 1939

Het derde paard zou, in 1939, in de centrale hal van de Grossen Deutschen Kunstaufstellung in München komen te staan.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 22.45.33
Het derde paard in Haus der Deutschen Kunst München, 1939

In 1943 werden de paarden, ter bescherming tegen vernietiging door de geallieerde bombardementen, bij de Reichskanzlei weggehaald en opgeslagen in het atelier van Arno Breker in Wriezen. Rond 1950 werden meerdere beelden van Breker, Klimisch en Thorak (waaronder de twee Schreitenden Pferde van laatstgenoemde) naar een sportveld bij een Russische kazerne in Eberswalde verplaatst. Dat was geen geheim en was bij velen bekend. In 1984-1985 fotografeerde de Duitse fotograaf Thomas Steinert (*1949) de (door de Russen lelijk geverfde) paarden in Eberswalde en stelde de foto’s tentoon in de Josef Filipp Galerie in Leipzig. Steinert was over de aanwezigheid van de beelden getipt door een medestudent van zijn toenmalige echtgenote die uit Eberswalde kwam.

Schermafbeelding 2019-04-01 om 17.46.34

In maart 1988 heeft de Berlijnse kunsthistorica Prof dr Magdalena Bushart (*1957) het terrein in Eberswalde bezocht, daar alle beelden geinventariseerd en laten fotograferen en er in 1989 een wijdlopig wetenschappelijk artikel over heeft geschreven (‘Überraschende Begegnung mit alten bekannten. Arno Brekers NS-Plastik in neuer Umgebung’ Kritische berichte 2/89). In het artikel, figuur 4, een foto van een van de twee Schreitenden Pferde. In de herfst van 1988 hield professor Bushart een voordracht op de Deutschen Kunsthistorikertag in Frankfurt am Mein en vertelde daarbij over de beelden op het terrein van Eberswalde. Er verscheen een verslag van de lezing in de Frankfurter Allgemeinen Zeitung. Daarna, in januari 1989, zijn de paarden uit Eberswalde verdwenen. De verdenking voor de verkoop van de beelden werd bij Alexander Schalck-Golodkowski, Devisenbeschaffer der DDR, gelegd. Begin 1990 kon Magdalena Busshart informatie over de verblijfplaats van de paarden krijgen, tegen forse betaling, hetgeen zij weigerde.

Schermafbeelding 2019-03-31 om 22.11.54
Figuur 4 uit het artikel ‘Überraschende Begegnung mit alten bekannten. Arno Brekers NS-Plastik in neuer Umgebung’ Kritische berichte 2/89
Schermafbeelding 2019-03-30 om 23.19.31
Een van de twee ‘Schreitenden Pferde’ in de zomer van 1988 in Eberswalde gefotografeerd door Ralph Paschke

Het derde Schreitenden Pferd kwam na de ontdekking van de twee Reichskanzlei paarden in mei 2015 in het nieuws. Dit exemplaar stond sinds 1961 open en bloot, en voor iedereen zichtbaar, in de tuin van een gymnasium, de Landschulheim in Ising am Cheimsee. Daar was weinig geheimzinnigs aan. Dit is het paard dat in 1939 in de centrale hal van de Grossen Deutschen Kunstaufstellung in het Haus der Deutschen Kunst in München te zien is geweest en nadien eigendom bleef van de kunstenaar. Het is identiek aan de twee paarden die bij de Reichskanzlei in Berlijn hebben gestaan. In 1961 betaalde de weduwe van de in 1952 overleden Josef Thorak met het beeld het schoolgeld voor hun zoon. Sindsdien is het paard eigendom van het gymnasium.

Schermafbeelding 2019-03-30 om 21.37.21
Het derde paard in de tuin van een gymnasium, de Landschulheim in Ising am Cheimsee waar het sinds 1961 staat

In mei 2015 werden de twee paarden van de Reichskanzlei, naast andere beelden, bij in een inval door de Duitse politie teruggevonden in een loods in Bad Dürkheim.

Men zou verwachten dat al deze informatie terug te vinden is in het boek van Arthur Brand, maar dat is niet zo.

Dat de drie Schreitenden Pferde na de tweede wereldoorlog nog bewaard gebleven zijn was algemeen bekend. Brand echter doet voorkomen alsof dit onbekend was, dat er mogelijk sprake was van kopieën en dat hij uiteindelijk gevonden heeft dat de echte paarden nog bestonden. Het was allemaal al bekend.

Waarom Arthur Brand deze informatie niet voor handen had en waarom hij deze informatie in 2019 niet in zijn boek verwerkt heeft is mij onduidelijk. Het had het verhaal veel completer kunnen maken, maar wellicht minder ‘sappig’ om te lezen.

In hoofdstuk 7 van zijn boek doet Arthur Brand voorkomen alsof hij, via schimmige Russische contacten van Alex, zijn assistent, ontdekt heeft dat de paarden na de oorlog in Eberswalde hadden gestaan. Dat is niet waar. Het was allemaal al lang bekend.

Opmerkelijk is het Brand nergens in zijn boek gewag maakt van de foto’s van Thomas Steinert uit 1983, de foto’s van Ralph Paschke uit 1988, het artikel van Magdalena Bushart uit 1989, dat er in 1990 contact met haar gezocht is en het derde paard in Ising. Het lijkt alsof de auteur alle eer naar zichzelf toe wil trekken. Dit maakt het boek, waarin wel allerlei geheimzinnige, oncontroleerbare, complot-achtige verhalen over geblindeerde auto’s, een zekere doctor Ahnenerbe, briefjes in een bar, Russische contacten en andere spannende ‘jongensboek’-zaken voor mij nogal lachwekkend en ongeloofwaardig. Immers alle informatie over de paarden in Eberswalde en Ising is zonder grote moeite op het internet te vinden.

Als Arthur Brand deze informatie willens en wetens heeft weggelaten om een spannender ego-verhaal op te schrijven is dat op zijn minst pathetisch te noemen en wanneer hij hier werkelijk niets van wist dan is hij een opmerkelijk slechtere detective dan hij doet voorkomen.

Ik heb zijn boek daarom al snel, vanwege het ontbreken van goede research, het zeer selectief gebruik of weglaten van historische bronnen (en daardoor historisch nauwelijks waardevol) en de facto een onbetrouwbare ego-verheerlijking ter zijde gelegd om het vervolgens niet meer op te pakken! Geen aanrader.

 

Een gedachte over “De paarden van Adolf Hitler

  1. Dag Erwin,

    Bedankt voor je uitstekende speurwerk.

    Het klopt inderddaad dat in de jaren 80 er wat ‘sightings’ zijn geweest van de kunstwerken op de legerkazerne. Een van die ‘sightings’, door Lanzendorfer, heb ik in mijn boek beschreven. De andere, die jij hierboven beschrijft, zijn destijds aan mijn aandacht ontsnapt. En niet alleen aan die van mij overigens. Ook de Duitse politie, journalisten (waaronder die van Bild en Der Spiegel) hadden dat nooit opgepikt. Pas toen Wolf (Adler in mijn boek) verklaarde de paarden op het spoor te zijn gekomen door een publikatie eind jaren 80, viel bij iedereen het kwartje. Typerend is ook het zogeheten ‘derde paard’. Dat had vanaf 1961 open en bloot op het terrein van een Duitse school gestaan, zoals jij vermeldt. Niemand is dit ooit opgevallen. Pas toen wij de beelden hadden gelokaliseerd en ze door de BKA in beslag waren genomen (mei 2015), werd het ‘derde paard’ opgemerkt. Ook deze ontdekking werd wereldnieuws.

    Typerend is ook de reactie van de dorpsbewoners van Eberswalde, waaronder de burgemeester. Voor mijn documentaire over de paarden zijn zij geinterviewd. Ook zij hadden de door jouw genoemde publikaties nooit opgemerkt. Pas toen de beelden geconfisqueerd waren en op tv verschenen (mei 2015), realiseerden zij zich dat het hier niet ging om communistische kunst, zoals zij hadden aangenomen, maar om de beroemde nazi-beelden van de Reichskanzlei.

    Onze zoektocht was er puur op gericht de beelden te lokaliseren en in beslag te nemen. Die zoektocht, zoals wij die hebben doorlopen, is beschreven.

    De punten die jij aanhaalt kwamen pas tot ons – en vele anderen – nádat onze zoektocht was beeindigd. En hoewel ze dus geen deel uitmaakten van onze zoektocht, zal ik ze voor de volledigheid wel in het nawoord aan stippen, in een volgende druk. Zeker ook omdat bijvoorbeeld het ‘derde paard’ een uitermate interessant verhaal is.

    Groet,

    Arthur

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s